Lem gebruikt de detective om iets anders te onderzoeken, en Per Wahlöö doet hetzelfde: in een naamloos welvarend land wordt een bomdreiging bij een uitgeversconcern een kritiek op macht en media. Even koel en bedachtzaam verteld, met meer maatschappijkritiek dan filosofie.
De oud-astronaut bij Lem reist als buitenstaander rond om een patroon te vinden. Wahlöö stuurt commissaris Jensen terug naar een land dat ineens leeg en afgesloten is, en laat hem uitzoeken wat er gebeurd is. Kort, ijzig en meer gedachte-experiment dan gewone misdaadroman.
Bij Lem draait alles om toeval: hoe groot is de kans dat zoveel sterfgevallen op elkaar lijken? Tana French begint met een even onwaarschijnlijk gegeven, een dode vrouw die sprekend op de rechercheur lijkt. Wat volgt is een langzaam, sfeervol onderzoek naar identiteit.
Keten van kansen laat de vraag open of je met feiten ooit sluitend bewijs krijgt. Tana French doet iets vergelijkbaars met een rechercheur in Dublin die een moord onderzoekt die raakt aan een onopgeloste zaak uit zijn eigen jeugd. Literair en traag opgebouwd, met meer psychologie dan statistiek.
Wie bij Lem genoot van een detective die eigenlijk een literaire roman is, vindt dat ook bij Leonardo Padura. Zijn rechercheur Mario Conde onderzoekt in Havana een moord in het kunstenaarsmilieu, en de zaak wordt een overpeinzing over censuur en schijn. Warmer van toon, even bedachtzaam.
Gedeeld: langzaam opbouwend, literair en psychologisch
Een dood die op een ongeluk lijkt, zoals bij Lem, staat ook bij Johan Theorin aan het begin. Op een kaal Zweeds eiland zakt het onderzoek langzaam dieper het verleden in, met veel ruimte voor landschap en stilte. Meer sfeer dan logica, wel hetzelfde rustige tempo.
Lem laat je nadenken over wat je echt kunt weten, en Karin Fossum werkt met hetzelfde onbehagen: je weet al vroeg meer dan de politie, maar niet waarom. Een Noorse misdaadroman die traag en psychologisch is, met inspecteur Sejer als geduldige speurder.
Keten van kansen leest als een geduldig, bijna bureaucratisch onderzoek waarin lang niets lijkt te kloppen. Sjöwall en Wahlöö maakten van dat geduld een stijl: Martin Beck werkt maandenlang aan de identiteit van een dode vrouw. Nuchter, droog en nog altijd een klassieker.
Net als de astronaut bij Lem puzzelt Lars Martin Johansson met de koele blik van een buitenstaander: na een beroerte onderzoekt hij vanuit het ziekenhuis een oude, verjaarde moord. Leif G.W. Persson schrijft droog en geestig, met veel aandacht voor hoe bewijs werkt.
Gedeeld: langzaam opbouwend, psychologisch en spanning
De oud-astronaut van Lem zoekt een patroon in sterfgevallen ver van huis. Peter May laat zijn rechercheur Fin Macleod juist naar huis gaan, naar de Hebriden, waar een zaak uit Edinburgh hem dwingt zijn eigen jeugd onder ogen te zien. Warmer en persoonlijker dan Lem, maar even geduldig.
Ook Wallander begint met een dood die eruitziet als een ongeluk, net als de reeks sterfgevallen bij Lem. Henning Mankell laat zijn inspecteur traag en twijfelend zoeken naar wie er belang bij had. Iets donkerder, met een machtige zakenman op de achtergrond.
Een Amerikaan in Napels bij Lem, een Amsterdamse politieman in Amerika bij Van de Wetering: in beide boeken speurt een vreemdeling in een onbekende omgeving. De oude commissaris kijkt met zenachtige rust naar wat iedereen een ongeluk noemt. Een speurroman die meer over kijken dan over bewijzen gaat.