Johansson duikt vanuit zijn ziekenhuisbed in een oude zaak, en ook Fin Macleod moet op Lewis terug naar wat vroeger gebeurde. May schrijft net zo traag en gelaagd, met een rechercheur die zijn eigen verleden niet kan ontlopen.
Het laatste woord draait om een vermoord kind en een zaak die nooit is opgelost; Tana French opent met zo'n schrijnende zaak buiten Dublin. Literair, langzaam en met een rechercheur die er persoonlijk meer mee te maken heeft dan hij toegeeft.
Fossum laat net als Persson zien hoe een moord een rustige omgeving ontwricht, en neemt daar alle tijd voor. Veenbrand is somber en ingetogen, een goede keuze als je na de ziekbedscènes van Johansson een even stille, droeve toon zoekt.
Johansson zet vanaf zijn bed een klein team aan het werk; Dahls A-team is ook zo'n handvol rechercheurs dat elk een stukje van de puzzel oppakt. Hoger van tempo, met dezelfde Zweedse nuchterheid.
Holt verweeft net als Persson de dood van een kind met een moment dat heel Scandinavië raakte. Het laatste woord is bitterder en grappiger, Schaduwdood meer verstild, maar beide nemen de tijd voor rouw en twijfel.
Mat Joubert rouwt en heeft geen zin meer in zijn werk, Johansson ligt ziek en wil toch nog één zaak rond krijgen. Meyer schrijft over een rechercheur die via een onderzoek weer greep krijgt op zijn leven, in Kaapstad in plaats van Stockholm.
Ook Maigret keert in deze zaak terug naar zijn eigen verleden, het dorp waar hij opgroeide. Simenon is korter en zuiniger dan Persson, maar deelt de melancholie van een oudere speurder die terugkijkt.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en politieonderzoek
Persson en Padura schrijven allebei misdaadromans waarin de rechercheur net zo belangrijk is als de zaak. Mario Conde is somberder en romantischer dan Johansson, en Havana geeft het geheel een heel andere hitte.
Wie bij Het laatste woord vooral genoot van het geduldige Zweedse speurwerk, kan terug naar waar Wallander begon. Mankell schrijft ook hier over een rechercheur die slecht slaapt, te veel drinkt en toch blijft doorzetten.
Na de verjaarde zaak van Johansson past dit tweede boek van Tana French, dat net zo veel tijd neemt voor de mensen rond een dode. Literair en traag opgebouwd, met een Ierse politieploeg in plaats van een Zweeds ziekenhuisbed als uitvalsbasis.
Gedeeld: langzaam opbouwend, politieonderzoek en spanning
Fossum kijkt net als Persson naar schuld die jaren kan blijven liggen. In Kwade wil volg je drie jeugdvrienden van wie de vriendschap onder druk komt te staan, ingetogen verteld en met Sejer als rustige rechercheur op de achtergrond.
Johanssons rijksrecherche en de Oslose politie van Holt zijn apparaten die beide schrijvers van binnenuit kennen. Blinde godin opent een reeks met een serieuzere toon, maar met dezelfde blik op wat er in de top van politie en justitie gebeurt.