Anne Holt laat in Wat nooit gebeurt bekende Noren slachtoffer worden, en Arne Dahl begint met een plastisch chirurg die dood in zijn huis hangt. Een Zweeds team met veel vertellers, iets drukker van opzet.
Na Wat nooit gebeurt, met zijn symbolisch toegetakelde slachtoffers, past Deaver met een dader die boodschappen op de huid achterlaat. Lincoln Rhyme werkt technischer, met New York als jachtgebied.
Wat nooit gebeurt laat Inger Johanne Vik haar kennis van daderprofielen inzetten. Arne Dahl gebruikt dat soort kennis ook, met een Zweeds team dat de Amerikaanse FBI nodig heeft om een moord op een vliegveld te begrijpen.
Wie de jacht op een dader met een vaste werkwijze in Wat nooit gebeurt waardeerde, vindt bij Daniëlle Hermans een Nederlands forensisch team met dezelfde opdracht. Lichter van toon, met een kasteel aan de Vecht als uitvalsbasis.
Holt laat in Wat nooit gebeurt een inspecteur zijn verlof afbreken voor een zaak die niet kan wachten. Horst zet een Noorse politieroman in het bos neer, met een veroordeelde moordenaar die al jaren vastzit en toch een rol lijkt te spelen.
Na Wat nooit gebeurt, waarin het onderzoek het eigen gezin raakt, past Lisa Jackson: ook hier staat een vrouw centraal die bang is dat het kwaad dichtbij komt. Meer romantische spanning en zuidelijke sfeer dan bij Holt.
Holt en Gardner laten allebei een rechercheur met een kwetsbaar privéleven een moordreeks onderzoeken. In Zonder angst is D.D. Warren zelf gewond, en de nieuwe moorden lijken op een oude zaak; Amerikaans en snel.
Wat nooit gebeurt laat zien hoe een dader met de politie communiceert via zijn slachtoffers. In de eerste Lincoln Rhyme legt een ontvoerder aanwijzingen klaar, en een criminalist die zijn bed niet uit kan moet ze lezen.
Na het duo Stubø en Vik in Wat nooit gebeurt past Val McDermid met profiler Tony Hill en rechercheur Carol Jordan. Engels, rauwer en psychologisch scherp, met een moordenaar die net zo planmatig werkt.
Holt laat in Wat nooit gebeurt een profiler meedenken, en Kay Scarpetta werkt hier als forensisch adviseur bij een reeks gruwelijke moorden. Cornwell is technischer en donkerder, met dezelfde aandacht voor het team.
Wie in Wat nooit gebeurt de spanning rond een dader met een ritueel aankon, vindt in De chirurg een moordenaar die met medische precisie werkt. Gerritsen is Amerikaans, sneller en klinischer dan Holt.