Twee kinderen met een kroon, en geen van beiden gedraagt zich zoals je van een prins of prinses verwacht. Prinses Snottebelle is gemeen tegen iedereen, ook tegen een klein heksje aan de poort; net zo ondeugend en grappig.
De prins wil juist eens herrie en ruzie, en het kind in het gedicht van Annie M.G. Schmidt wil lekker stampen in een plas en morsen. Kort, ritmisch en heerlijk ongehoorzaam.
Ruzie zoekt de prins bij Mo en Bo; Suzie Ruzie draagt het al in haar naam. In dit prentenboek speelt ze met Hond het spel Raad eens wat je ruikt, vies en vrolijk tegelijk.
Sam vindt het saai dat iedereen twee dezelfde sokken draagt, en de prins vindt zijn volmaakte paleisleven al net zo saai. Twee boeken over kinderen die eens iets anders willen dan wat normaal is.
Papa weigert dit boek voor te lezen, want het is veel te eng. Ook een prentenboek dat speelt met wat mag en wat niet, met een knipoog naar de volwassene die voorleest.
De prins met de glijbaan naar de eetzaal heeft een broertje in het werk van Geldof: een dokter wiens patiënten alle verkeerde geluiden maken. Ook dit prentenboek zet alles op zijn kop en lees je graag twee keer.
Ella's moeder lijkt gewoon, maar is stiekem een fee. Bij de prins is het andersom: zijn leven is buitengewoon en hij zoekt juist het gewone gezin van Mo en Bo. Vrolijk, magisch en vol gekke details.
Meneer Luis woont in een boomhut in een bos van haar, wat voor een luis een paleis is. Even absurd en kleurrijk als de glijbaan naar de eetzaal van de prins, en net zo leuk om voor te lezen.
Sas heeft een pluk haar die nooit goed zit en die ze Jan noemt. Een klein, grappig probleem, zoals de prins met zijn zwembad vol limonade ook een heel eigen soort zorgen heeft. Vrolijk en herkenbaar.
Tongetje is een hondje met een tong die te lang is voor zijn bek. Net als bij de prins wordt iets bijzonders hier het begin van een vrolijk uitstapje, leuk om samen te bekijken.