Hoogste versnelling is een eerbetoon aan Duel, en hier vind je de schrijver van dat verhaal zelf. Richard Matheson zet in korte stukken gewone mensen tegenover iets onbegrijpelijks, met dezelfde strakke opbouw die Joe Hill en Stephen King van hem leerden.
Nog een Matheson, voor wie na de motorbende en de vrachtwagen wil zien hoe de meester zelf dreiging opbouwt. Een man die elke dag kleiner wordt, en net als in Hoogste versnelling draait alles om overleven als de wereld ineens vijandig is.
Stephen King op lange afstand: waar Hoogste versnelling kort en rechttoe rechtaan is, bouwt hij hier een hele roman rond kinderen die moeten ontsnappen. Trager op gang, maar met dezelfde onrust over wat er gebeurt als niemand je komt redden.
Koontz zet net als Hill en King een kleine groep tegenover een dreiging die ze eerst niet begrijpen, in een Californisch kustplaatsje in plaats van een woestijnsnelweg. Langer en met meer sciencefiction, maar het tempo blijft hoog.
Wie de korte, harde vorm van Hoogste versnelling waardeert, vindt in de vroege verhalen van Clive Barker hetzelfde: weinig aanloop en direct de diepte in. Barker is gruwelijker en vreemder, King en Hill rechtlijniger.
Een horrorbundel met verhalen van meerdere schrijvers, zoals Hoogste versnelling een samenwerking van vader en zoon is. Clive Barker opent met zijn bekende novelle over een puzzeldoos, en de toon is net zo meedogenloos.
Dan Simmons schrijft net als Hill en King over macht die je niet ziet aankomen, hier mensen die anderen met hun geest besturen. Veel dikker dan Hoogste versnelling, maar met dezelfde achtervolgingen en het gevoel dat niemand veilig is.
Een vakantieoord op Hawaï waar het steeds misgaat: Dan Simmons mengt horror met zwarte humor en tempo, zoals Hoogste versnelling iets van een ouderwetse B-film heeft. Langer en grilliger, maar ook hier laat het gevaar zich lang niet zien.
C.J. Tudor sluit, net als Hill en King, een paar groepen op met iets dat buiten op ze wacht, alleen is het hier een sneeuwstorm in plaats van een woestijn. Een strak tempo en dezelfde vraag wie het haalt.
C.J. Tudor schrijft in de traditie van Stephen King, en dat merk je aan dit Engelse dorp met een wreed verleden. Minder vaart dan Hoogste versnelling, meer mysterie, maar wie de King-toon zoekt, vindt hem hier.
James Herbert zet net als Hoogste versnelling een man neer die het moet opnemen tegen een macht die hij niet ziet. Een Britse klassieker uit de jaren tachtig, harder en met meer bovennatuur.
Mo Hayder brengt de dreiging van Hoogste versnelling naar een afgelegen Schots eiland, waar iets zou rondlopen dat niemand goed heeft gezien. Meer thriller dan pure horror, maar met dezelfde benauwde sfeer van mensen die nergens heen kunnen.