Na de wandeling met Basso langs de honden van Rembrandt en Warhol kun je verder met hetzelfde duo. Japin en Van der Linden maken hier een geïllustreerd boek over dromen, van dagdromen tot vliegen, even luchtig en even mooi om cadeau te doen.
Ook een schrijver die je door een museum leidt: Nico Dijkshoorn maakte voor het Kröller-Müller teksten bij de kunstwerken. Waar Japin het over honden op schilderijen heeft, kijkt Dijkshoorn naar de hele collectie, en hij is een stuk ondeugender.
Net als Honden in het museum is dit een boek dat leeft van de plaatjes. Daphne Deckers kijkt niet naar kunst maar naar Nederlandse gewoontes, met dezelfde knusse, glimlachende toon die het tot een fijn cadeauboek maakt.
Basso is de ster van Japins museumboek; bij Mizee zijn het de gevederde bezoekers van haar tuin en wandelingen. Ook dit is een dierenboek van een romanschrijver, vol kleine observaties en zelfspot, en minstens zo leuk om te geven.
Wie Japins hondenliefde charmant vond, heeft vast ook plezier van een schrijver die de vogels ontdekte. Hans Dorrestijn ruilde het bierglas in voor een verrekijker en schrijft daar met veel zelfspot over: meer cabaret, minder kunstgeschiedenis.
Japin wijdt een heel boek aan zijn liefde voor honden, Dorrestijn aan zijn honderden lievelingsvogels. Even toegewijd en even licht, met droge humor en de eigenaardigheden van een verzamelaar die niet ophoudt.
Japin zoekt in de kunst naar één onderwerp, de hond, en laat zien hoe verschillend schilders ermee omgingen. Bavo Dhooge doet dat met de schrijver als filmpersonage: een even speels themaboek, voor wie liever naar de bioscoop gaat dan naar het museum.
Ook een dik, gezellig cadeauboek van een schrijver die zichzelf niet te serieus neemt. Sylvia Witteman bundelt haar beste recepten, met dezelfde warme humor waarmee Japin over zijn hond Basso schrijft.
Japin maakt kunstgeschiedenis toegankelijk door er honden in te zoeken; Ellen Deckwitz doet dat met gedichten. Twee boeken in één over poëzie lezen, zonder drempel en met humor, voor wie na het museum nog iets wil leren zonder college.
Basso, Japins hond, is de gids in dit museumboek; bij Marian Keyes is de schrijfster zelf het onderwerp. Korte persoonlijke stukken over haar eigen leven, nog grappiger dan Japin en net zo goed om af en toe in te bladeren.
Wie na de rondleiding met Basso zin heeft in iets van dezelfde lichtvoetigheid zonder plaatjes, pakt dit boek van Claudia de Breij. Zij kijkt niet naar schilderijen maar naar haar eigen leven halverwege, met humor en een flinke dosis twijfel.