Wie de tekeningen van Martijn van der Linden bij Japins dromen mooi vond, krijgt hier hetzelfde duo in een museum. In plaats van dagdromen en nachtmerries staan nu schilderijen centraal, met Japins eigen hond als gids: net zo licht en net zo geschikt om cadeau te geven.
Japin wil dat je je dromen blijft najagen; Claudia de Breij zoekt rond haar veertigste uit hoe je dat dan doet, leven zonder handleiding. Minder plaatjes, meer persoonlijke zoektocht, maar met dezelfde mix van humor en hoop.
Net als het dromenboek van Japin en Van der Linden is dit een boek om door te bladeren en weg te geven, met veel beeld en korte teksten. Daphne Deckers heeft het niet over idealen maar over Hollandse gewoontes, met een knipoog.
Na Japins vrolijke tocht langs dagdromen en vliegen is dit een andere manier om tekst en beeld te combineren: Nico Dijkshoorn schrijft korte, grappige stukken bij kunstwerken. Je leest het in kleine porties, net als het geïllustreerde dromenboek.
Japin bundelt dagdromen, nachtmerries en idealen in korte, luchtige stukken; John Green doet iets vergelijkbaars met het hele menselijke tijdperk, dat hij per essay een sterrenscore geeft. Grappig en ontroerend door elkaar, met iets meer persoonlijke ernst.
Net als het dromenboek van Japin en Van der Linden is dit een boek van korte fragmenten dat je overal kunt openslaan. Paulien Cornelisse verzamelt geen dromen maar wat ze over Japan weet, met dezelfde nieuwsgierige, lichte toon.
Wie bij Japin vooral de warme toon over hoop en idealen waardeerde, vindt die ook bij Martin Bril. Zijn stukjes over zijn dochters zijn kort, liefdevol en geestig, net zo makkelijk te lezen, maar dichter bij het dagelijkse gezinsleven.
Toon Hermans vertelt zijn leven alsof hij na de voorstelling nog even met je praat, en dat past bij de opgewekte toon van Dromen voor het leven. Geen plaatjesboek maar een terugblik op een heel leven op het toneel, even warm en hoopvol.
Japin maakt van dromen iets toegankelijks voor iedereen; Ellen Deckwitz doet dat met poëzie, voor wie bij dat woord terugdeinst. Minder beeld, wel dezelfde uitnodigende, speelse toon.
Dromen voor het leven gaat over idealen en hoop houden; Kluun stelt de grote vragen nog directer en legt ze voor aan filosofen en wetenschappers: bestaat God, is er iets na de dood? Luchtig geschreven, met humor tussen de ernst.
Een klein boek om in één avond uit te lezen, net als het dromenboek van Japin. Ellen Deckwitz schrijft in de reeks De Maanden over april, persoonlijk en met lichte humor: een mooi cadeautje naast Dromen voor het leven.