Op Drakeneiland zoeken de kinderen zelf uit hoe ze een hongersnood stoppen, en bij Rooseboom pakken Nina en Alfa een pestprobleem aan zonder dat een volwassene het voor ze regelt. Allebei grappig, allebei over kinderen die echte verantwoordelijkheid krijgen.
Wie de hamsterplaag op Drakeneiland leuk vond, lacht ook om de Gorgels: kleine wezentjes, een vakantie in de Alpen en een verdwenen rugzak. Myjer schrijft sneller en gekker dan Rood, met net zo veel vaart in de korte hoofdstukken.
Net als Stijn en de andere eilandkinderen draait het bij Sassen om een clubje kinderen dat samen een probleem moet tackelen: hier dreigt Jurriaan te verhuizen naar een kasteel in Frankrijk. Luchtig en geestig, met een vleugje toverij in plaats van een eiland vol knaagdieren.
Drakeneiland in nood laat kinderen het eten regelen; in Hotel De Grote L staat de dertienjarige Kos er ineens alleen voor als zijn vader een hartaanval krijgt. Kuyper is wat ontroerender dan Rood, maar de humor en het gevoel van kinderen die het zelf moeten rooien zijn hetzelfde.
Moest je lachen om Stijn die erachter komt dat een kudde hamsters de voorraadkast leegeet? Dan is Bomans een goede volgende stap: een oude klassieker vol vrolijke onzin, die je net als Rood hoofdstuk voor hoofdstuk kunt voorlezen.
Een eiland, een absurd uitgangspunt en heel veel humor: na Drakeneiland in nood past dit verhaal van Sjoerd Kuyper over een jongen die zeven jaar in de buik van zijn moeder blijft. Korter en gekker, ideaal om voor te lezen.
Ook Dina moet wennen aan een nieuwe omgeving, net als de kinderen die ver van huis op Drakeneiland leven. Van Ranst bundelt vier korte verhalen over een meisje met toneeltalent: handig als je na Rood iets zoekt om in stukjes te lezen.
Wie het fijn vond dat de kinderen van Drakeneiland samen beslissen, vindt hier weer een bende die van aanpakken weet, met een ondernemende oma erbij. Vriens geeft drie verhalen in één dik boek, met een warmere, knusse toon dan het eilandavontuur.
Buiten spelen zonder volwassenen in de buurt: dat delen Drakeneiland en het Vrijbos waar Nikki met haar vriend Sam op uittrekt zodra de zomervakantie begint. Marc de Bel schrijft er wat drukker en speelser over dan Lydia Rood.
Onder de hamstergrappen van Drakeneiland zit een serieuze vraag: wat doe je als er te weinig eten is? Wie dat spannende randje het leukst vond, kan door naar het eerste Fluisteraars-boek van Hans Kuyper, dat minder lacht en meer geheimzinnig is.
Kinderen die op een eiland hun eigen boontjes doppen, of een liftjongen die op de verboden knop drukt en zo op reis gaat: het zijn allebei verhalen over avontuur zonder toezicht. Annie M.G. Schmidt is ouder en nog absurder, met dezelfde knipoog.