Ook dit boek van Anna Woltz speelt in een etmaal: Atlanta wil in één dag rond het IJsselmeer fietsen omdat ze de zorgen thuis niet meer verdraagt. Net als Fitz botst ze op een jongen met een eigen geheim.
Fitz is kwaad om de scheiding van haar ouders, Samuel praat honderduit over zijn familie, zijn broer en een moeder die weer kan lachen. Do van Ranst schrijft net zo snel en grappig over wat er thuis verschuift.
Fitz kookt van woede op haar ouders, en Tracy Beaker zou haar meteen snappen. In het tweede boek over Tracy botst ze met een pleegmoeder die op de kleintjes let en zoekt ze een eigen plek. Brutaal en grappig.
Een gezin dat uit elkaar valt maakt Fitz bang en boos. Bij Wilma Geldof heeft Ollie zijn ouders verloren en durft hij zijn pleegouders niet echt toe te laten. Ingetogener dan Woltz, met dezelfde zachte hoop.
Iemand ontmoeten die je leven even op zijn kop zet: Fitz in de wachtkamer, Mandy op school als de wilde Tanya opduikt. Jacqueline Wilson schrijft over pesten en een spannende nieuwe vriendschap.
Fitz bedenkt in één dag de gekste plannen, en bij Matt Haig is het Eefje die iets bijzonders kan: ze hoort de gedachten van dieren. Een fantasierijk, vlot boek voor wie Woltz' vaart en humor zoekt.
Een kind dat zich niet laat kennen, ook al gaat het thuis niet goed: dat is Fitz, en dat is Ratje uit het Oliesteegje. Anne de Vries' klassieker is ouder van toon, maar het taaie karakter herken je meteen.
Fitz kan het niet laten om anderen te helpen, ook als ze zelf in de knoop zit, getuige haar plan voor een verpleegster. Sanne Rooseboom maakt van zulke reddingsplannen een heel kinderbureau, vindingrijk en warm.
Een dag waarop je leven opeens heel anders loopt: Fitz in het ziekenhuis, Tad bij Anthony Horowitz in een totaal ander bestaan dan zijn luxe leven. Spannender, met dezelfde snelle humor.
Fitz pikt gips en weet zelf niet goed waarom. Sjoerd Kuyper schrijft over een jongen die blijft zitten met een voorwerp van een vriend die weg is, kort, precies en vol knagende twijfel.