Tad in De overstap en Frederick K. Bower zijn allebei verwende rijkeluiskinderen bij wie het flink misgaat. Horowitz zet in Frederick de schurk centraal in plaats van de held, maar de grappige vaart is dezelfde.
Een rijke jongen met ouders die nooit tijd hebben: Alexander bij Marc de Bel lijkt op Tad aan het begin van De overstap. Ook hier verandert zijn leven door iets onverwachts, met Vlaamse humor en een flinke dosis fantasie.
Tad belandt als Bob ineens tussen ontvoerders en boeven, en ook Sanne bij Bies van Ede raakt in een avontuur dat ze niet zag aankomen. Kort, spannend en goed te volgen voor wie na Horowitz verder wil.
Tad leert in De overstap hoe het is om niets te hebben, en Tracy Beaker weet dat allang: zij woont bij een pleegmoeder die volgens haar veel te zuinig is. Grappig en scherp over geld en thuis, net als Horowitz.
Ergens bij willen horen en daarvoor iemand anders worden: dat speelt bij Tad, en ook in de klas van Jaimy en Jules bij Erna Sassen. Minder actie, maar met dezelfde vraag wie je eigenlijk wilt zijn.
Tad wenst iemand anders te zijn, en Niels bij Mirjam Mous zou best andere ouders willen. Allebei grappige boeken over kinderen die van leven willen ruilen, met een flinke dosis absurde humor.
Tussen de kermisfamilie en de boeven ontdekt Tad een ruwere wereld, en rover Graai van Gudrun Pausewang leeft van wat hij pikt. Een grappig avontuur over een boef met een zachte kant, voor wie houdt van Horowitz' vaart.
Een jongen die het op eigen kracht moet rooien in een vreemde situatie: Tad als Bob, Carl met zijn uitvindingen bij Martha Heesen. Luchtig, slim en grappig.
Zack wordt door het schoolhoofd in een rol geduwd die hij niet wil, zoals Tad ineens in het leven van Bob zit. Patrick Ness maakt er een vlot schoolverhaal van, met dezelfde snelle grappen.