Wees niet bang toont een samenleving die verhardt, en Arne Dahl maakt het in Middenwater persoonlijk: Sam Berger wordt zelf verdacht terwijl zijn partner in coma ligt. Zweeds, sneller en compacter dan Holt.
Holt laat in Wees niet bang losse sterfgevallen langzaam een patroon vormen, en Yrsa Sigurðardóttir doet dat met brieven uit een oude tijdcapsule. IJslands, kil en met evenveel speurwerk.
Na Wees niet bang, dat laat zien wat haat in een samenleving aanricht, past Arne Dahl met een Europees team en een moord tijdens een G20-top. Groter en politieker, met dezelfde maatschappelijke blik.
Wees niet bang begint met een dode bisschop, Verzwegen met een dode dominee en zijn vrouw. Kristina Ohlsson laat haar Zweedse team onderzoeken of het echt is wat het lijkt, met hetzelfde kerkelijke decor als Holt.
Holt laat in Wees niet bang een populaire publieke figuur sterven; op Gotland is het een galeriehouder bij een middeleeuwse nederzetting. Mari Jungstedt schrijft rustiger eilandspeurwerk, met een winterse sfeer die bij Holt past.
Wie in Wees niet bang het ijzige december waardeerde, vindt in Loutering een besneeuwde Ardennen. Guido Eekhaut stuurt zijn Belgische rechercheurs op pad na een tip, donkerder en ruiger van toon.
Wees niet bang schetst een land onder spanning, en De verrader begint met een aardverschuiving die een hele wijk in Larvik raakt. Jørn Lier Horst laat Wisting onderzoeken wat daarna naar boven komt, rustig en grondig.
Gedeeld: meerdere vertellers, politieonderzoek en spanning
Holt zet in Wees niet bang een inspecteur en een profiler samen, en Viveca Sten werkt ook met een duo in het Zweedse Åre. Een moord in een hotelsuite vlak voor Pasen, lichter van toon maar net zo Scandinavisch.
Na Wees niet bang, met zijn doden die elk anders sterven, past Lava met een man die op een historische executieplek bij Reykjavik hangt. Yrsa Sigurðardóttir mengt IJslands verleden met een modern onderzoek.
Wees niet bang speelt in december, met kerkelijke slachtoffers, en dat geldt ook voor deze Harry Hole: een moord tijdens een kerstconcert van het Leger des Heils in Oslo. Jo Nesbø is sneller en harder, met dezelfde winterkou.
Holt laat in Wees niet bang zien hoe haat doorwerkt, en Billingham doet dat met een oude aanslag op een schoolmeisje die twintig jaar later nog nadreunt. Tom Thorne werkt in Londen, grimmig en goed geplot.
Inger Johanne Vik ziet in Wees niet bang samenhang die de politie mist. Wie zo iemand graag aan het werk ziet, vindt bij Hermans een Nederlandse forensisch expert met zijn eigen methode, iets luchtiger van toon dan Holt.