Decem laat een man zijn verlies in woorden vangen terwijl anderen eraan twijfelen. Wim Gijsen probeert in zestig gedichten een verloren geluk terug te halen in taal, en weet dat het niet lukt. Een stillere bundel, met hetzelfde gevoel van rouw die geen vorm vindt.
In Decem moet een jonge man zijn verdriet uitleggen aan mensen die hem ondervragen. Bij Connie Palmen ligt een vrouw op de bank bij haar psychiater en praat. Proza in plaats van poëzie, maar net zo scherp over wat er gebeurt als je je binnenste moet verantwoorden.
Decem bestaat uit gelegenheidsgedichten waarin de verteller zijn eigen verhaal terugpakt. Jeroen Brouwers laat een oude, bijna blinde dichter zijn anekdote aan een ander toevertrouwen. Allebei boeken over wie een levensverhaal mag vertellen, en hoe.
Een vrouw in het water, een kind ergens: Decem draait om wat er weg is. Manon Uphoff schrijft over een meisje dat opgroeit tussen mensen die allemaal iets missen. Ander genre, maar dezelfde literaire precisie over verlies dat je niet loslaat.
Wie de rouw in Decem voelde, vindt bij Jan Wolkers een man die na de dood van zijn vader vijf dagen bij het lichaam blijft. Lichamelijker en rauwer dan Provoost, maar net zo eerlijk over afscheid nemen als niemand je de tijd gunt.
Decem gaat over een man die met de dood in zijn nek leeft en moet blijven praten. In Jas van belofte ligt Arthur in een ambulance, zeker dat hij sterft. Jan Siebelink schrijft het als roman, maar de vraag wat er van een leven overblijft is dezelfde.
In Decem probeert een man grip te krijgen op wat er met zijn vrouw gebeurde. Cees Nooteboom laat een schrijver het onvoltooide boek van een overleden vriend afmaken. Allebei teksten over rouwen door te schrijven, ingetogen en literair.
De korte, gebalde gedichten van Decem passen bij het late werk van Jeroen Brouwers, waarin een oude schrijver en wolkenfotograaf terugkijkt. Rustiger en milder van toon, maar met dezelfde zorg voor elk woord en dezelfde aandacht voor wat er verloren gaat.