Zonder trommels en trompetten draait om een schrijver die vastloopt in zijn tekst; Zomervlucht om een pianist die halverwege zijn bestaan wankelt. Beide keren laat Brouwers kunst, ouder worden en twijfel in lange, muzikale zinnen samenkomen.
Bij Brouwers ligt een kat op sterven terwijl de verteller probeert te schrijven; bij Wolkers waakt een jongen dagenlang bij zijn dode vader. Twee romans waarin de dood heel dichtbij komt, die van Wolkers lichamelijker en directer.
De verteller van Brouwers zit aan zijn bureau en het lukt niet; de jonge schrijver van Oek de Jong is net verhuisd naar een armoedig stukje Amsterdam na het einde van zijn huwelijk. Ook daar dringen leven en liefde zich op tussen de schrijver en zijn werk.
Een oude dichter, een schrijvende verteller: Zonder trommels en trompetten gaat over kunstenaars. Boon schreef in 1944 een roman over een schilder waarin hij zijn eigen onzekerheid kwijt kon, net zo openhartig over twijfel aan het eigen werk.
Wie de vervlochten herinneringen en doodsgedachten van de verteller bij Brouwers kon volgen, vindt in Hesse een verwante geest. Harry Haller is een somber denkend man die zich niet thuis voelt tussen anderen, en zijn verhaal loopt even grillig.
Brouwers laat herinneringen het schrijven steeds onderbreken; bij Emants krijgt een schrijver de hele bootreis naar Indië de tijd om ze toe te laten, na het verlies van zijn vrouw. Ouder van stijl, even melancholiek over liefde en dood.
Liefde, literatuur en dood vormen de drie polen van deze Brouwers; Joseph Roth schrijft over een vrome dorpsleraar in tsaristisch Rusland die het ene verlies na het andere moet dragen. Eenvoudiger verteld, met een even groot verdriet onder de oppervlakte.
Uphoff schrijft over Mara Astheim, een meisje dat opgroeit tussen volwassenen die zelf niet volwassen zijn. Zoals bij Brouwers duiken jeugdherinneringen op die je niet meer kwijtraakt, en draait alles om verlies en wat er ontbreekt.
Zonder trommels en trompetten is een boek over hoe een verhaal ontstaat; Weijers schreef een roman over een jonge kunstenares die van haar eigen leven materiaal maakt. Moderner en koeler, met dezelfde vraag waar leven ophoudt en kunst begint.
Gedeeld: langzaam opbouwend, literair en psychologisch
Siebelink volgt Clara Hofstede, een enig kind dat al jong haar best doet om haar ouders bij elkaar te houden. Net als bij Brouwers kleuren jeugdherinneringen een heel leven, en wordt liefde iets waar je voor moet vechten.
Zonder trommels en trompetten weeft liefde en dood door elkaar; Morrison doet dat met een meisjesvriendschap in Amerika, tussen een braaf en een onstuimig kind. Een andere wereld dan die van Brouwers, wel even beeldend en even zwaar van verlies.
De verteller van Brouwers worstelt met jeugdherinneringen; Brijs vertelt over Arend, een kind dat te groot en te zwaar is en van zijn moeder meer klappen dan troost krijgt. Rauwer, maar net zo indringend over wat een jeugd met iemand doet.