Paul blijft in De doodshoofdvlinder vijf dagen bij het lijk van zijn vader en probeert in een bijna bezwerend ritueel de woede en schuld kwijt te raken. Brouwers laat een oude, bijna blinde dichter een verteller vragen om een anekdote op papier te zetten. Ook hier gaat de omgang met de dood over woorden.
Paul in De doodshoofdvlinder waakt vijf dagen bij het lijk van zijn vader. Siebelink laat in Maar waar zijn die duiven dan een man bij een brief van de arts een besluit nemen over zijn eigen lichaam. Dezelfde sterfelijkheid, zakelijker en stiller.
Palmen laat een vrouw op de bank bij haar psychiater praten, en dat praten doet het werk van een biecht. In De doodshoofdvlinder is het ritueel van de zoon de manier om te praten, rauw en eerlijk. Twee manieren om woede en schuld naar buiten te krijgen.
De omgang met sterven staat in De doodshoofdvlinder centraal, met een zoon bij het sterfbed. Grunberg legt in Moedervlekken de dood in het werk van een psychiater, die mensen met een doodswens in leven moet houden. Minder ritueel, meer confrontatie met de dood van anderen.
Paul in De doodshoofdvlinder blijft bij zijn vader, ver weg van alle anderen. Van Dis laat een schrijver zich in het buitengebied terugtrekken, en ook dat is een verhaal over afstand en het verleden. Waar Wolkers rauw is, is Van Dis rustig en ruim.
Harry Haller ziet zichzelf als half mens, half wolf, en Hesse laat die dubbelheid van binnenuit zien. De onrust in De doodshoofdvlinder is er ook, met een zoon die zijn vader niet kan loslaten. Hesse is melancholischer en minder scherp in zijn spot.
Wolkers laat in De doodshoofdvlinder een vader sterven die nooit echt van zijn zoon hield. Gerritsen laat in Broer een zus voor de aandeelhouders staan terwijl haar broer aan de telefoon hangt. Een lichaam dat het begeeft, maar nu in de spotlights van een bedrijf.
Gerritsen laat een meisje opgroeien dat al vroeg weet dat er meer is dan het gewone leven. Dezelfde psychologische scherpte als in De doodshoofdvlinder, maar met een jonge hoofdpersoon die de wereld nog moet leren kennen. Bonnie is de kern van het verhaal.
In De verstotene groeit een kind op in een gezin waar wrok de toon zet. Dostojevski beschrijft die wrok van binnenuit. De vader die in De doodshoofdvlinder dood in de kamer ligt, is hier nog levend en even venijnig aanwezig.
Uphoff schrijft over een jonge vrouw die iets is kwijtgeraakt en het niet kan benoemen. Dat verlies drukt op elk gesprek, net als het zwijgen rond het sterfbed in De doodshoofdvlinder.
Abel Gholaerts is een schilder die zijn eigen angsten, twijfels en verlangens terugziet in een romantische kunstenaarsroman. Boon laat zijn hoofdpersoon worstelen met zijn eigen zelfbeeld. Dezelfde zelfkritiek als in De doodshoofdvlinder, al is de toon hier romantischer.
Paul in De doodshoofdvlinder kan zijn vader niet loslaten. Siebelink laat in Suezkade een jonge leraar Frans langzaam wennen aan een wereld die hij niet kent, met veel psychologische spanning in zijn hoofd. Een rustiger tempo, dezelfde zoektocht naar grip.