Patroclus, jeugdvriend en geliefde van Achilles, vertelt hoe die jongen uitgroeide tot de held die Briseïs als buit opeist. Madeline Miller schrijft warmer en romantischer dan Barker; samen geven de twee boeken je beide kanten van dezelfde tent.
Gedeeld: oorlog, literair, emotioneel en psychologisch
Het vervolg: de stad is gevallen en Briseïs zit tussen de Trojaanse vrouwen op het strand, terwijl de wind de Griekse schepen vasthoudt. Dezelfde nuchtere stem en dezelfde blik van onderop, nu gericht op wie overblijft als de strijd voorbij is.
Wie na Barker de hele oorlog wil overzien, krijgt die hier van een koor aan stemmen, van Priamus tot Odysseus. McCullough kiest vooral de kant van koningen en helden, en dat is juist interessant naast de stem van een geroofde koningin.
Een vrouw raakt alles kwijt door een beslissing van mannen en moet zich vanuit de onderste laag van de samenleving terugvechten: Marie in het Konstanz van 1414. Veel vlotter en avontuurlijker dan Barker, en net zo hard over wat vrouwen toen overkwam.
Een jonge vrouw moet in een kamp zien te overleven en wordt daarna afgerekend op wat ze daarvoor deed. Een heel andere oorlog, Auschwitz en Siberië, maar dezelfde vraag als bij Briseïs: hoeveel keus heb je als anderen over je leven beschikken?
Barker haalt Briseïs uit de schaduw van de Ilias; Stefan Hertmans doet hetzelfde met een elfde-eeuwse jonkvrouw van wie bijna niets is overgeleverd. Literair en somber, opgebouwd uit echte documenten die in een synagoge in Caïro bewaard bleven.
Gedeeld: duister, beklemmend, literair en emotioneel
Ook Sinuhe kijkt naar koningen en oorlogen zonder er zelf iets over te zeggen te hebben, als arts in het oude Egypte. Breder en trager dan Barker, maar met een vergelijkbaar nuchtere blik op wat macht met gewone mensen doet.
Gedeeld: literair, psychologisch, oorlog en duister
Geen legerkamp maar een keizerlijk paleis, en droger en ironischer dan Barker. Toch is ook hier de ik-stem van iemand zonder macht het hele punt: Claudius wordt weggezet als dwaas en ziet daardoor precies wat de anderen doen.
Net als Briseïs belandt Uhtred als buit in het kamp van de vijand en moet hij daar een plek zien te vinden. Bernard Cornwell schrijft sneller en met veel meer actie, over Denen en Saksen in de negende eeuw.
Barker ontdoet de Trojaanse mythe van haar heldenglans, Cornwell doet dat met Arthur. Wat overblijft zijn verregende veldslagen, wankele bondgenootschappen en een verteller die het als bejaarde nog eens op een rij zet.
Briseïs is onvrij en bezit niets; Arnau begint als zoon van een gevluchte boer zonder rechten. Falcones vertelt breder en vlotter dan Barker, over de havenstad van Catalonië in de middeleeuwen, maar ook hier zie je de geschiedenis van onderen.
Nog meer Griekse helden, maar dan echte geschiedenis: Alexander de Grote groeit op aan het Macedonische hof. Minder rauw en meer avonturenroman, voor wie na Troje zin heeft in de Griekse wereld een paar eeuwen later.
Gedeeld: oorlog, historische setting en expliciet geweld