De prooi en Ik vergeet je niet zijn allebei losse IJslandse thrillers van Sigurðardóttir waarin de natuur en iets onverklaarbaars samen de spanning leveren. Ik vergeet je niet speelt in een verlaten dorp aan een fjord en neigt nog meer naar een spookverhaal.
De lange IJslandse winter in De prooi heeft een tegenhanger in het Noord-Zweedse Storforsa van Camilla Grebe. Ook daar is de kou bijna een personage, met een tienermeisje in de hoofdrol en meer aandacht voor wat een klein dorp doet met wie anders is.
De prooi laat een groep verdwijnen in de sneeuw, en Liza Marklund laat in Noord-Zweden een moeder en dochter niet meer thuiskomen. Moeraskou is minder griezelig, maar het landschap van verlaten moerassen weegt net zo zwaar als de IJslandse hoogvlakte.
Wie in De prooi huiverde bij een hut in de sneeuwstorm, vindt bij Franck Thilliez twee mensen die in een onderaardse kou wakker worden. Thilliez is Frans, puzzelachtiger en nog benauwender, met dezelfde kou die je in je botten voelt.
De prooi brengt je naar de leegste uithoeken van IJsland, en Karin Smirnoff stuurt Lisbeth Salander naar het hoge noorden van Zweden. Een Millennium-boek met meer familie en mijnbouw, maar net zo grimmig en afgelegen.
In De prooi komt een lang begraven kinderschoen weer boven, en bij Camilla Grebe gaat een oude vondst in het bos opnieuw open. Grebe is meer politieroman, met een jonge agente die zelf aan de zaak verbonden is; het kille, stille landschap is hetzelfde.
Een verlaten landschap waar iets niet klopt: in De prooi is dat de IJslandse hoogvlakte, bij Esther Verhoef een afgelegen stuk Frankrijk. Verhoef zet meer in op de spanning tussen twee vriendinnen, Sigurðardóttir op kou en onverklaarbare tekens.
De prooi draait om mensen die verdwijnen in een landschap dat niets teruggeeft, en ook Sam Berger zoekt in Nachtmerries naar iemand die spoorloos is. Arne Dahl schrijft sneller en ingewikkelder, met een speurduo in plaats van een reddingsteam.
In De prooi probeert een zoekteam een vermiste groep te vinden; bij Stephen King zoekt Holly Gibney naar een verdwenen jonge vrouw. King voegt zijn eigen humor en warmte toe, maar ook hij weet hoe je onheil langzaam laat binnensijpelen.
Wie in De prooi de wisseling tussen zoekers en vermisten spannend vond, vindt bij Mary Kubica dezelfde opbouw rond een verdwenen jonge vrouw. Kubica speelt deels in een eenzame hut in de winter, met meer psychologie en minder bovennatuurlijke dreiging.
De prooi laat je lang in het ongewisse over wat er met de groep is gebeurd, en Guido Eekhaut doet hetzelfde in een naamloze stad waar vrouwen spoorloos raken. Eekhaut is abstracter en literairder, met dezelfde knagende onzekerheid.
De prooi mengt een thriller met iets wat je niet helemaal kunt verklaren, en Jean-Christophe Grangé doet dat ook, met een moeder die alles doet om haar adoptiezoon te beschermen. Groter, wilder en Franser, met dezelfde duistere ondertoon.