Ook bij Clive Cussler draait het om grote techniek in een ijskoude wildernis, met raadselachtige ongelukken in Brits-Columbia. Dirk Pitt is avontuurlijker en minder geloofwaardig dan Jahan Fariman, maar het tempo ligt even hoog als langs de pijplijn in Alaska.
Fariman weet in De kracht van het ijs niet wat hij aan Samantha Blake heeft, en twijfel over loyaliteit is precies het terrein van Sam McCready. Forsyth vertelt vanuit de Britse inlichtingendienst, droog en geloofwaardig.
Een explosie bij een groot prestigeproject en iemand die wil weten wie erachter zit: bij Mendes een pijplijn in Alaska, bij Marklund het Olympisch stadion van Stockholm. Annika Bengtzon is journaliste in plaats van ingenieur, wat een andere, eigentijdse blik geeft.
Jahan Fariman ziet in Alaska hoe een miljardenproject mensenlevens kost; Salander en Blomkvist belanden in een noordelijk mijnstadje waar ook veel geld en macht op het spel staan. Smirnoff schrijft rauwer en korter van zin dan Mendes, met dezelfde poolkou in het decor.
Een groot Russisch oliebedrijf en een Zweedse bankier die in een gevaarlijke wereld belandt: Camilla Grebe schrijft over dezelfde mix van olie, geld en macht als Mendes. Moskou is net zo onherbergzaam als Alaska, alleen op een andere manier.
Sneeuw, ijs en een technische ramp: bij Anne Holt ontspoort een trein in de Noorse bergen en zitten de reizigers vast. Het is meer een besloten mysterie dan een sabotagethriller, maar de kou voel je net zo goed als in Alaska.
Wie de ijzige kant van De kracht van het ijs het sterkst vond, krijgt bij Thilliez een thriller in een bevroren grot. Het is benauwder en psychologischer dan Mendes, maar het gevoel dat de natuur zelf je vijand is, delen ze.