Eddie ontdekt boven zijn hoofd een zolder vol geesten, Tom vindt er een in zijn eigen kelder. Cornelia Funke maakt er net als Van de Vendel een grappig griezelverhaal van, met een spook dat eerder lastig dan eng is.
Van dezelfde schrijver als De grote verboden zolder, en ook hier draait het om een kind dat met spoken leert omgaan. Korter en geschikt om voor te lezen, met dezelfde mix van een beetje angst en veel lol.
Linea neemt Eddie 's nachts mee naar boven, en ook Lisse trekt in het donker op pad met wezens die je overdag niet ziet. Do van Ranst vertelt het als een Vlaams volkssprookje, iets poëtischer en rustiger dan de zolder van Van de Vendel.
Na de geesten op Eddies zolder is dit een stap verder voor iets oudere lezers: een meisje dat zelf met een spook bevriend is. V.E. Schwab maakt het spannender en griezeliger, maar houdt het luchtig.
Ook in Minoes komt er iemand logeren die niet helemaal gewoon is, en verandert het hele huis daardoor. Annie M.G. Schmidt schrijft minder spokerig dan Van de Vendel, maar met net zoveel humor en een vleugje magie.
Middernacht, een geheim en twee kinderen die iets doen wat eigenlijk niet mag: dat avontuur van Eddie en Linea vind je ook bij Cornelia Funke. Hier draait het om heksen in plaats van geesten, met even veel giechelmomenten.
Een huis met regels die je liever breekt en magie die pas na het donker tevoorschijn komt: Eddie zou zich bij Aster wel thuis voelen. Lindsey Kelk schrijft er een sprookje vol humor over, iets meer voor meiden die van feeën houden.
Net als Eddie belanden Pietje en haar zus in een avontuur dat begint met iets wat ze niet hadden mogen openen. Mirjam Mous schrijft kort en grappig, goed voor kinderen die net zelf beginnen te lezen.
Een vreemd figuurtje dat het gewone gezinsleven op zijn kop zet: wat de geesten op de zolder bij Eddie doen, doet Wiplala bij de familie Blom. Een klassieker van Annie M.G. Schmidt, vol droge humor.
Linea is een meisje dat dingen durft waar Eddie van schrikt, en zo'n vriendin is Loes ook. Erna Sassen schrijft over brouwseltjes en heksenstreken, met dezelfde grappige toon en een vriendschap die centraal staat.
Wie het leuk vond dat de geesten op de zolder een eigen wereldje hebben, vindt bij Marc de Bel een heel volk van kleine wezens in het bos. Drukker en nog gekker dan Van de Vendel, met veel woordgrappen.