Ook in dit eerdere Grunberg-boek staat een man centraal die anderen doorziet maar zichzelf niet, terwijl zorg voor een zieke vrouw zijn leven ontregelt. Wie Otto Kadoke volgde, herkent die mengeling van tragiek en zwarte humor.
Net als psychiater Kadoke kijkt deze verteller met klinische afstand naar zijn eigen ellende, met een antidepressivum als rode draad. Houellebecq is grimmiger en cynischer, maar de vraag wat een leven leefbaar houdt is dezelfde.
Een man die zijn leven niet meer in de hand heeft en daar met rauwe humor op reageert, net als Otto wanneer zijn moederhuis een crisiscentrum wordt. Roth is obscener en luider, maar even meedogenloos eerlijk.
De zorg voor een familielid die zich door je werk heen boort: Olivia moet speechen terwijl haar broer belt over zijn been. Gerritsen schrijft compacter en kaler dan Grunberg, maar de botsing tussen plicht en privé is verwant.
Een man die na een doktersbrief een ingrijpend besluit neemt: hier staat de doodswens die Kadoke dagelijks probeert te keren aan de andere kant. Siebelink schrijft ingetogener en warmer, zonder Grunbergs ironie.
Een klassieker over een gevoelige vrouw die wegglijdt in depressie en verslaving, en over de vraag hoe je zo iemand helpt. Wie de psychiatrische kant van Moedervlekken boeide, vindt hier de historische voorloper.
Een zoon die dagenlang bij zijn gestorven vader blijft: rouw en een ouder-kindband staan centraal, net als in Kadokes huis bij zijn hulpbehoevende moeder. Wolkers is zintuiglijker en somberder van toon.
Kadoke ziet op de crisisdienst mensen die het leven te zwaar valt, en hier krijg je zo iemand van binnenuit. Siebelinks hoofdpersoon is niet meer jong, voelt alles te sterk en zoekt houvast in een buitenland, in rijkere, lyrische zinnen.
Een man die zijn eigen verlangens niet vertrouwt en daarom vlucht, verteld met een mengeling van ernst en humor die je ook bij Grunberg vindt. Reves stijl is plechtiger en eigenzinniger.
Holden Caulfield is het soort jonge, wankele mens dat bij Kadoke op de crisisdienst kan aankloppen. De klassieker deelt de vraag wie wie redt, verteld in losse spreektaal in plaats van Grunbergs ironie.
Een moeder-zoonrelatie vol schuld en geweld vormt het hart van dit boek, en dat sluit aan bij Kadokes ingewikkelde band met zijn moeder. Brijs is duisterder en minder geestig, maar psychologisch net zo indringend.