Vuurwerk draait om wraak en oude rekeningen in de Edinburghse onderwereld, en ook Tom Thorne krijgt in Londen te maken met een dader die afrekent. Billingham is donkerder en harder, maar de Britse grimmigheid is dezelfde.
Na het festival-Edinburgh van Vuurwerk brengt Yrsa Sigurðardóttir je naar een winters Reykjavik, waar jongeren een gruwelijke zaak oproepen. Freyja en Huldar vormen een minder eenzaam duo dan Rebus, maar het tempo en de duisternis passen goed.
Vuurwerk laat zien hoe oude rekeningen een stad op scherp zetten, en Sjöwall en Wahlöö schreven met dit boek een van hun hardste politieromans over schuld binnen het korps. Kaler en politieker dan Rankin, maar even onverbiddelijk.
In Vuurwerk loopt Rebus tegen bendes en een machtige gangster aan, en Temperance Brennan krijgt in Montreal met een bendeoorlog te maken. Reichs is forensischer en minder politiek, maar de dreiging van georganiseerde misdaad is even voelbaar.
Rebus loopt in Vuurwerk door de steegjes onder Edinburgh, Logan McRae door de natte granieten straten van Aberdeen. Ook hier botst een Schotse rechercheur met zijn chefs en met de pers, en MacBride doet er nog een flinke schep galgenhumor bovenop.
In Vuurwerk moet Rebus samenwerken met de gangster die hij ooit opsloot, en Banks wordt hier gedwongen tot keuzes die hij als politieman liever niet maakt. Robinson is Engelser en bedachtzamer, maar het morele grijs is even dik.
Een lijk op een plek vol geschiedenis en een stad met een duistere onderlaag: wie dat in Vuurwerk aansprak, vindt bij Isa Maron een Amsterdamse variant aan het IJ. Nederlandser van toon, maar even grimmig.
Vuurwerk speelt tijdens een feestelijk festival dat de misdaad nog scherper maakt, en Dwaalsporen speelt in een warme Zweedse zomer. Wallander is somberder dan Rebus, maar beiden zien hoe geweld een gewone stad binnendringt.
Rebus weet in Vuurwerk dat machtige mensen zich achter anderen verschuilen, en Carl Mørck stuit in De fazantenmoordenaars op net zulke rijke kringen. Adler-Olsen heeft meer humor en vaart, maar dezelfde woede over straffeloosheid.
Vuurwerk speelt met de vraag of een slachtoffer uit de onderwereld nog recht heeft op een eerlijk onderzoek, en Deon Meyer stelt die vraag in Zuid-Afrika nog scherper. Griessel drinkt en worstelt net als Rebus, in een groter, filmischer verhaal.
Vuurwerk heeft een slachtoffer dat weinigen missen en een rechercheur die toch wil weten wie het deed, en Kim Stone zit in Wreed spel met hetzelfde dilemma. Marsons schrijft sneller en korter dan Rankin.
Rebus graaft in Vuurwerk dieper dan zijn bazen willen, en Kay Scarpetta laat na een brand op een landgoed ook niet los tot ze weet wie de dode is. Cornwell is forensischer en Amerikaanser, maar de hoofdpersoon die niet loslaat is dezelfde.