De man uit Säffle laat zien dat het slachtoffer, een politieman, zelf een duister verleden had. Ian Rankin legt in Vuurwerk een gemarteld lijk onder de straten van Edinburgh, en ook Rebus vindt meer vuil bij de gezagsdragers dan hem lief is.
Sjöwall en Wahlöö maken in De verschrikkelijke man uit Säffle de politie zelf tot onderwerp. Bij Ian Rankin moet Rebus kiezen tussen twee kwaden als een bendeoorlog Edinburgh overneemt, en ook daar is de grens tussen agent en misdadiger dun.
Een rechercheur die een oude zaak oprakelt en daarbij machtige mensen boos maakt: Carl Mørck doet het in Kopenhagen, Martin Beck in Stockholm. Jussi Adler-Olsen is harder en sneller, met meer zwarte humor tussen de collega's.
Becks slachtoffer is een agent wiens verleden zijn collega's liever vergeten. Bij Peter Robinson raakt het werk van inspecteur Banks juist zijn eigen gezin, als zijn dochter valt voor een jongen die gevaarlijker is dan hij lijkt.
Net als Beck staat Kay Scarpetta voor een dode wiens verhaal pas na het onderzoek helder wordt. Patricia Cornwell begint met een brand op een landgoed, en zet net zo hard in op het forensische detail als Sjöwall en Wahlöö op het politiewerk.