Net als Wells in Van ruimte en tijd springt Bradbury van verhaal naar verhaal, tussen andere planeten en het gewone leven op aarde. Waar Wells een winkelier via een kristallen ei naar Mars laat kijken, laat Bradbury jongens van raketten dromen; zijn toon is weemoediger.
Ook dit is een bundel die je per verhaal kunt lezen, maar hier houdt één personage de boel bij elkaar: een robotpsycholoog die terugblikt op haar loopbaan. Asimov schrijft droger dan Wells, met meer puzzel en minder ironie, en is net zo toegankelijk.
Wil je meer van de Wells uit deze bundel, neem dan deze korte roman uit dezelfde jaren. Ook in het dorpje Iping wandelt iets onmogelijks een heel gewone plek binnen, met dezelfde droge kijk op hoe de buren daarop reageren.
Een klerk die ineens wonderen kan doen past verrassend goed naast Murakami, bij wie in gewone levens ook zomaar iets onverklaarbaars gebeurt. Deze bundel is moderner en vreemder van toon, maar het plezier van korte verhalen met een gekke premisse is hetzelfde.
Wat gebeurt er met gewone mensen als het wonderbaarlijke opeens echt wordt? Wells stelt die vraag met zijn wonderdoende klerk, Verhulst met een stad die zich opmaakt voor een bezoek van Christus. Verhulst is scherper en Vlaamser, de ironie voelt verwant.
Een van Wells' verhalen speelt in het Londen van de 22e eeuw. Wie die toekomstblik het sterkst vond, kan door met Bradbury's roman over een brandweerman die boeken verbrandt: één lang verhaal in plaats van vijf, met meer spanning en minder humor.
Wells kijkt in deze bundel ver vooruit en ver terug, tot in de steentijd. Wyndham zet zijn roman generaties na een grote ramp, in een boerengemeenschap waar anders zijn gevaarlijk is: klassieke sciencefiction met hetzelfde heldere vertellen, in één doorlopend verhaal.
Geen sciencefiction, wel dezelfde vorm: losse verhalen waarin een heel gewoon moment ineens scheef gaat. Wie bij Wells genoot van de winkelier en de klerk die iets onverwachts overkomt, vindt bij 't Hart die droge humor terug, dicht bij huis.