Arend Wijtman heeft keelkanker en verliest binnenkort zijn stem. Bernlef schrijft dat verlies van taal en contact zo eenvoudig dat het dubbel hard binnenkomt, en elke zin lijkt een laatste zin.
Eén dag in het leven van Tommy Wilhelm, midden veertig, in New York. Bellow geeft die ene dag het gewicht van een hele levensloop, met een hoofdpersoon die zichzelf steeds vaker kwijtraakt in de drukte van de stad.
Aleksandr Loezjin is een introverte, onbeholpen jongen die pas tot leven komt bij een schaakbord. Nabokov laat schaak en obsessie in elkaar overlopen, tot de wereld zich rond het bord sluit.
Nadat de ouders zijn verdwenen, groeit Zilver op bij een Juffrouw die geen vrolijkheid duldt en daarna op een kostschool die nog kouder is. Van Dis schrijft die kindertijd zonder vertroeteling.
In een klooster wordt een nieuwe gast tegen de regels in opgevangen door Jacob, de gelovige conciërge. Gerritsen speelt met de kleine opstand van een vriendelijke man tegen de regels van zijn eigen wereld.
De ochtend na zijn bruiloft is Tomas alleen; zijn vrouw is verdwenen. Gerritsen houdt het waarom buiten bereik en laat de lezer zoeken in alledaagse details.
Na een middag op de kinderboerderij met zijn oppaskind wordt Clay doodziek. Bervoets legt de angst en de schuld van die ene middag bloot met een koele, precieze hand.
Tel Aviv, 2024: Israël is gekrompen tot een zwaarbewaakte stadstaat. De Winter schetst een wereld waarin de vraag naar thuis zwaarder weegt dan elk politiek standpunt, en de spanning zit in elke straat.
Een naamloze verteller denkt terug aan de schaarse ontmoetingen met zijn zoon, van wie hij al lang vervreemd is. Brouwers houdt het bij korte flarden, waarin elk weerzien meer stilte bevat dan woorden.
Hélène Grisar groeit afgeschermd op in een weeshuis onder het strenge toezicht van nonnen. Streuvels laat de wereld van buiten maar langzaam binnen, tot de kinderen zelf beginnen te merken wat ze missen.
Drie korte romans die met de vorm van de detective spelen. Auster laat de zoektocht naar de waarheid steeds verder uiteenvallen, met een lezer die telkens iets anders ziet dan het vorige hoofdstuk beloofde.
In 'Tonio Kröger' voelt een jonge schrijver zich buitengesloten van het gewone leven dat hij tegelijk begeert. Mann schrijft over dat gevoel er niet bij te horen met een ironie die blijft haken.