Na Wormold nog een Greene-held die per ongeluk in een avontuur belandt: Henry Pulling, gepensioneerd bankdirecteur en dahliakweker, ontmoet op de crematie van zijn moeder een tante die zijn rustige leven op zijn kop zet. Net zo droog en geestig als Onze man in Havana.
Een stofzuigerverkoper die tekeningen van stofzuigeronderdelen als militaire geheimen doorstuurt: die grap van Greene past bij de held van John Kennedy Toole, een luie zelfbenoemde genie die zijn stad in chaos stort. Uitbundiger en grover dan Havana, net zo hilarisch.
Greene laat een brave Engelsman in Cuba een rol spelen die hem te groot is. Kingsley Amis doet dat op de universiteit, met een jonge geschiedenisdocent die zich met list en bluf overeind probeert te houden. Typisch Britse spot, en minstens zo grappig.
Greene steekt de draak met een geheime dienst die alles gelooft; Boelgakov met de nieuwe orde in Moskou kort na de revolutie, waar een professor een zwerfhond opereert. Net zo'n bijtende satire als Onze man in Havana, alleen absurder.
Ian McEwan laat een kakkerlak wakker worden in het lichaam van de Britse premier, en lacht daarmee om de macht in Londen zoals Greene om de geheime dienst. Kort, scherp en in één avond uit.
Wormold verkoopt stofzuigers en wordt spion zonder het vak te kennen; de Antwerpse klerk Frans Laarmans wil hogerop en stapt in de kaashandel, net zo onvoorbereid. Elsschot is kort, droog en heel grappig, met dezelfde milde spot op een man die een rol speelt.
Havana vlak voor Castro, Moskou in 1991: zowel Greene als Pieter Waterdrinker zetten een buitenstaander midden in een land dat op omvallen staat. Waterdrinker schrijft met meer vaart en meer Russische chaos, en net zoveel humor.
Bij Greene geloven Londense ambtenaren de rapporten van een stofzuigerverkoper; bij Gogol mist een ijdele majoor ineens zijn neus. Allebei satires op bureaucraten die zichzelf te serieus nemen, maar Gogol is korter en nog absurder.
Greene maakt grappen over spionage en de Koude Oorlog; Italo Calvino over oorlog en goed en kwaad, met een burggraaf die door een kanonskogel in twee helften uiteenvalt. Een licht, ironisch sprookje, kort en vlot.
Wie in Onze man in Havana genoot van de spot met machthebbers, kan door naar Orwell: dieren die hun boer wegjagen en afspreken dat ze allemaal gelijk zijn. Een korte politieke satire, toegankelijk en snel uit.
Wormold leidt een dubbelleven vol verzonnen agenten; de schrijver van Thomése zoekt met zijn personage J. Kessels in Hamburg naar een vreemdgaande frikandellenhandelaar. Een dolle, grove reis vol bedrog, Nederlandstalig en snel.
In Onze man in Havana is de spionage een poppenkast; in Duel is dat het museum. Joost Zwagerman laat een peperduur schilderij verdwijnen en kijkt met plezier hoe de betrokkenen zich in bochten wringen. Kort, Nederlands en net zo spottend als Greene.