Neem mijn ziel laat Thóra terugspitten naar wat er tientallen jaren eerder bij een hotel gebeurde, en in Moordkuil komen bij Reykjavik oude botten boven. Arnaldur Indriðason is somberder en mist Thóra's droge humor, maar is net zo gericht op een begraven verleden.
Thóra werkt in Neem mijn ziel op een winderig schiereiland ver van Reykjavik, en Peter May stuurt Fin Macleod terug naar de Hebriden. Weemoediger en literairder, met hetzelfde gevoel dat de kleine gemeenschap meer weet dan ze toegeeft.
Neem mijn ziel mengt een moordzaak met iets wat aan spookverhalen doet denken, en Dolores Redondo doet hetzelfde met Baskische mythen in Beschermengel. Amaia Salazar is een rechercheur met een eigen familiegeschiedenis, net zo verweven met de plek als Thóra.
Thóra graaft in Neem mijn ziel een zaak van tientallen jaren geleden op, en Rebecka Martinsson krijgt in De zonden van onze vaders een verjaarde zaak in handen. Åsa Larsson is poëtischer en Noord-Zweeds, met ook een juriste als speurder.
Wie in Neem mijn ziel het bovennatuurlijke randje goed vond, vindt het ook bij Dolores Redondo, die Amaia Salazar terugstuurt naar haar geboortedorp. Baskisch, zwaar van familiegeheimen en met een kerk in plaats van een hotel als startpunt.
Thóra wordt in Neem mijn ziel ingehuurd door een cliënt die zelf onder verdenking staat, en Varg Veum krijgt in Grote zus een opdracht van een vrouw die zegt dat ze familie is. Gunnar Staalesen is Noors en nuchter, met een familiegeheim als motor.
Het huilende kind dat rond het hotel in Neem mijn ziel lijkt te klinken, maakt van het boek een verhaal over wat kinderen werd aangedaan. Lisa Gardner pakt dat thema harder en sneller aan, in een Amerikaanse stad en zonder bovennatuurlijke laag.
Neem mijn ziel en Duivelsveer gaan allebei over misdrijven die lang onbestraft bleven. Minette Walters laat een buitenlandcorrespondente het onderzoek doen, Engelser en scherper, waar Sigurðardóttir een advocaat met humor kiest.
Thóra stuit in Neem mijn ziel op een plattelandsgemeenschap waar iedereen iets weet, en Karin Fossum laat in Veenbrand een dorp reageren op een gruwelijke moord. Fossum is stiller en dieper psychologisch, zonder spookverhaal.
Wie Thóra graag volgt, kan ook terecht bij de Zweedse aanklager Rebecka Martinsson. In De tweede zonde laat Åsa Larsson een verhaallijn ver terug in de tijd doorwerken in het heden, met meer poëzie en mystiek dan Neem mijn ziel.
Een vermoorde vrouw en een verleden dat iemand liever begraven had: dat is Neem mijn ziel, en in een Reykjavikse kelder begint ook Noorderveen. Indriðason is stiller en droeviger, Sigurðardóttir griezeliger en met meer humor.
Neem mijn ziel speelt bij een hotel waar het verleden blijft rondspoken, en Stormberg in een Noord-Zweeds dorp waar een midzomerfeest eindigt met een vondst in het moeras. Liza Marklund schrijft nuchterder, zonder bovennatuurlijke laag, maar met evenveel oude schuld.