Ook hier jaagt een team in een winters New York op een moordenaar die steeds een stap voor ligt: de Klokkenmaker laat bij een pier bloed, een tikkende klok en een gedicht achter. Jeffery Deaver zet Lincoln Rhyme in waar Cornwell Scarpetta inzet, met nog meer sporenonderzoek.
In Het Kaïnsteken werkt Kay nauw samen met profiler Benton Wesley; Dolores Redondo stuurt Amaia Salazar zelf naar de FBI Academy, waar ze meejaagt op De Componist. Dezelfde kat-en-muisjacht op een seriemoordenaar, met een Spaanse inspecteur die het Amerikaanse systeem leert kennen.
Het Kaïnsteken is een wedloop tegen Temple Gault, en dat gevoel van achter iemand aan rennen heeft Tom Thorne ook. Mark Billingham geeft zijn Londense inspecteur meer twijfel en zwarte humor dan Scarpetta, en zet de jacht neer in grauwe stationsbuurten.
De besneeuwde opening van Het Kaïnsteken vind je terug bij Arne Dahl: na een strenge Zweedse winter komen bij de dooi overal lichamen boven. Een kil, ijzig politieonderzoek met een team in plaats van één patholoog, en net zo weinig houvast in het begin.
Benton Wesley staat in Het Kaïnsteken naast Kay; bij Val McDermid is de profiler de hoofdpersoon. Tony Hill kruipt in het hoofd van de dader terwijl Carol Jordan het team leidt, en die wisselwerking maakt het eerste deel van hun reeks sterk.
Temple Gault ontglipte Kay al eerder, en ook Jane Rizzoli krijgt in het tweede Gerritsen-deel te maken met de nasleep van een oude zaak. Gerritsen is arts, net zoals Cornwell lang in een mortuarium werkte, en dat proef je aan elk lichaam dat ze beschrijft.
Chris Carter begint op het platteland van Wyoming met een vreemd ongeluk en een gruwelijke vondst in een kofferbak. Robert Hunter jaagt daarna net zo lang op één tegenstander als Kay op Temple Gault in Het Kaïnsteken. Harder en bloediger dan Cornwell, met korte hoofdstukken.
In Het Kaïnsteken kijk je mee met een arts die naast de FBI werkt; Michael Connelly kiest een journalist met een persoonlijk verlies. Jack McEvoy wringt zich in een federaal onderzoek waar hij niet welkom is, en dat geeft een eigen soort spanning.
De kerstsneeuw van Het Kaïnsteken heeft een Zweedse tegenhanger in het vierde boek met Joona Linna. Het schrijversduo Lars Kepler springt sneller tussen personages dan Cornwell en laat de inspecteur strijden tegen een tegenstander die hij nooit helemaal kwijtraakte.
Het Kaïnsteken speelt in een besneeuwd New York; Peter May neemt je mee naar Beijing. Daar geven de wrijving en de aantrekking tussen een Chinese inspecteur en een Amerikaanse arts het verhaal een warmte die je bij de jacht op Temple Gault mist.
Het Kaïnsteken leunt zwaar op wat een lichaam prijsgeeft, en in dit vierde Kim Stone-deel speelt forensisch onderzoek ook de hoofdrol. Angela Marsons schrijft sneller en droger dan Cornwell, met een inspecteur in de Black Country die zich niets laat zeggen.
Een gipsen beeld van Zeus op het hoogste punt van Stockholm, en daarmee begint Arne Dahls jacht op een dader die tekens achterlaat. Net als in Het Kaïnsteken speelt een moordenaar een spel met de politie, maar dit is ensemblewerk van een heel team.