Kunst in een kerk is ook hier het startpunt: Gabriel Allon restaureert een Caravaggio in het Vaticaan als er een dode in de Sint-Pieter ligt. Silva leunt meer op spionage, Berry op erfgoed, maar de sfeer van oude meesters en kerkgeheimen is dezelfde.
Een gestolen paneel uit Gent en een symbool op een lichaam in Parijs: Berry en Brown maken van kunstgeschiedenis een speurtocht. De Da Vinci Code is groter en sneller, maar de mix van schilderkunst, kerk en geheimen sluit naadloos aan op Het geheim van Gent.
De verzamelaars draait om een kluis vol zeldzame boeken in de Library of Congress, waar de directeur dood wordt gevonden. Net als het gestolen paneel uit Gent gaat het om erfgoed dat mensen tot alles drijft, in een vlot Amerikaans tempo.
Dezelfde schrijver, maar nu met Cotton Malone, een oud-agent die boeken verkoopt in Kopenhagen. Hij zoekt de schat van de Tempeliers in Zuid-Frankrijk, en dat voelt als de grote broer van de Gentse zoektocht naar de Rechtvaardige Rechters.
Wie bij Nick Lee het speurwerk naar een stuk verleden waardeerde, kan bij Cussler terecht voor de grote buitenversie: Dirk Pitt tegen een nazi-onderzeeër die er niet meer had mogen zijn. Meer actie, minder kunst.
Van een kathedraal in Gent naar het Baikalmeer: Cussler opent met Dirk Pitt die een olieteam redt uit een gigantische golf. Een avonturenthriller met een schat uit het verleden in de titel, net zo toegankelijk als het Lam Gods-raadsel.
Rusland aan het eind van de negentiende eeuw, waar anarchisten de ene bomaanslag na de andere plegen. Boris Akoenin schrijft historischer en trager dan Berry, maar wie bij het Gentse paneel uit 1934 vooral van het verleden genoot, zit hier goed.
Griekenland, 1949: een jonge Amerikaanse komt bij in een klooster zonder te weten wie ze is. Sheldon schrijft geen erfgoedthriller, maar wie de mix van kerk, verleden en geheimen in Het geheim van Gent mooi vond, vindt hier een rustiger alternatief.
Michael Crichton laat op drie plekken in de wereld tegelijk iets misgaan: een dode wetenschapper in Parijs, technologie in verkeerde handen in Maleisië. Geen kunstroof, wel dezelfde internationale opzet als de UNESCO-missie van Nick Lee.
Nick Lee werkt in Het geheim van Gent voor een internationale organisatie die erfgoed beschermt. Clancy laat een officieus Amerikaans team terroristen volgen, dus het speelveld is militairder, maar de opzet met agenten zonder gewone politiebadge is vergelijkbaar.
Een journalist met een blad in geldnood en een onderzoeker in kunstmatige intelligentie die hem iets wil vertellen: zo begint Lagercrantz. Wie bij Nick Lee het geduldige speurwerk goed vond, krijgt bij Blomkvist hetzelfde, met meer techniek en minder kunst.