Waar de dader in Gezicht van het kwaad een cijfer in zijn slachtoffer kerft, laat de moordenaar van Deaver zijn boodschap met gif in de huid achter. Ook hier lees je een race om de code te kraken voordat het volgende lichaam opduikt.
Hunter vraagt zich af hoe een dader de diepste angst van zijn slachtoffers kent; bij Gerritsen sluipt iemand Bostonse slaapkamers binnen met de kalmte van een arts. Dezelfde snelle jacht op een seriemoordenaar, met iets meer medische precisie.
Ook Harry Hole krijgt een moordenaar die op elk lichaam een teken achterlaat, en ook hij moet uitzoeken wat dat teken betekent. Nesbø neemt meer tijd voor zijn rechercheur en de stad Oslo dan Carter, maar de spanning loopt even strak op.
Lees je Carter om de profiler die in het hoofd van de dader kruipt, dan past Amaia Salazar bij de FBI-academie goed. Haar team jaagt op een moordenaar die de Componist heet, en Redondo bouwt net zo methodisch op naar elke nieuwe ontdekking.
Een gipsen Zeusbeeld boven Stockholm is net zo theatraal als het altaar in Gezicht van het kwaad. Arne Dahl werkt met een heel team in plaats van een eenzame profiler, wat het onderzoek breder maakt, maar het raadsel achter de enscenering staat ook centraal.
Een stukje röntgenfoto in de hand van een dode vrouw: Billingham legt net als Carter een aanwijzing op het lichaam die de rechercheur moet ontcijferen. Tom Thorne is wel norser en Londen grauwer dan het zonnige Los Angeles van Hunter.
Hunter zoekt in Gezicht van het kwaad uit hoe de dader de angsten van zijn slachtoffers kent. Bij Angela Marsons draait Kim Stone net zo hard door, met een team in de Black Country en een vrouw aan het roer die weinig geduld heeft met regels.
Patterson kiest dezelfde korte hoofdstukken als Carter, vaak maar een paar bladzijden, zodat je steeds nog eentje leest. Alex Cross is net als Hunter psycholoog en rechercheur tegelijk, al draait dit verhaal om een ontvoering in plaats van een reeks rituele moorden.
Cornwell laat Kay Scarpetta het werk aan de snijtafel doen, waar Carter het profiel van de dader voorop zet. De dode op een vrachtschip in Richmond vraagt dezelfde koppige zoektocht naar wie zo planmatig te werk gaat.
Ook Isa Maron zet een rechercheur tegenover een dader die zijn slachtoffers zwaar toetakelt, maar dan in Amsterdam-Noord in plaats van Los Angeles. Een Nederlandse pendant van Hunter, met dezelfde vaart en iets meer aandacht voor de mensen rond het onderzoek.
De taxichauffeur van Deaver laat net als de dader van Carter steeds een raadselachtige aanwijzing achter, en de onderzoekers moeten vooruitdenken om het volgende slachtoffer te redden. Lincoln Rhyme werkt vanuit het lab, Hunter vanuit de psyche.