Het debuut van Wolkers uit 1961 is een verhalenbundel waarin verval en lichamelijkheid de toon zetten. Dat past bij de randfiguren van Claus, al is Wolkers directer en rauwer.
Wil je breder in Claus' korte werk lezen, dan is dit de complete verzameling: alles wat hij tijdens zijn leven publiceerde, met Suiker en het titelverhaal van De zwarte keizer als bekende toppers.
Eenentwintig verhalen van Capote, voor het eerst bij elkaar in het Nederlands. Hij is gevoeliger en eleganter dan Claus, maar kijkt net zo scherp naar mensen aan de rand en naar wat hen drijft.
Brouwers schrijft melancholiek over verlies en verval, en dit overzicht loopt van zijn debuutbundel Het mes op de keel naar later werk. Wie in De zwarte keizer vooral het lijden en de mensen aan de rand zocht, vindt dat hier terug.
Dostojevski's heldin groeit op in een Petersburgs gezin waar armoede en een verbitterde stiefvader de toon zetten. Het is een onrustig psychologisch portret van een kind dat wordt meegesleurd, even meedogenloos als Claus voor zijn personages.
Toni Morrison volgt twee meisjes uit de Bottom, de zwarte heuvelwijk van een Ohiose stad, en laat hun vriendschap botsen op wat de gemeenschap van hen verwacht. Het proza is beeldend en ontroerend, over mensen die buiten de lijnen vallen.
Een kleine man komt uit de oorlog met een been minder en een onderscheiding, en vertrouwt op de orde die hem dat gaf. Joseph Roth schrijft tragisch en ingetogen over een mens die door de maatschappij wordt afgewezen.
Mendel Singer, een vrome leraar uit een Russisch dorp, leidt een bescheiden bestaan dat Roth sober en met veel mededogen beschrijft. Het is een aangrijpend verhaal waarin lijden niet wordt verhuld, zoals Claus dat ook niet doet.
Manon Uphoff volgt een meisje dat opgroeit in een wereld van onvolwassen mensen waar iedereen iets mist. Haar proza is literair en psychologisch gevoelig, en raakt de duistere kant van het gezin die ook Claus verkent.
Streuvels portretteert een paardenknecht op een hoeve, bijna als familie behandeld door de boer. Stil, landelijk Vlaams proza met veel oog voor eenvoudige mensen, dichter bij de aarde dan Claus.
Abel Gholaerts is een schilder die worstelt met twijfel en verlangen, en Boon legde in 1944 veel van zijn eigen onzekerheid in dat verhaal. Romantisch en onrustig, en een Vlaamse voorganger van de rauwe kant van Claus.
Hesse's Emil Sinclair verlaat zijn gelovige, veilige jeugd en zoekt zijn eigen waarheid. De roman is zoekend en psychologisch, en past bij wie de innerlijke wereld in Claus' verhalen boeiend vond.