Drie vergeten acteurs die een kluis willen kraken, en bij Joost Zwagerman een museum waar een peperduur kunstwerk verdwijnt: twee Nederlandse romans waarin een kraak de kapstok is voor satire. Zwagerman richt zijn spot op de kunstwereld, De Winter op Hollywood.
Leon de Winter laat sterren op hun retour met misdaad flirten; Herman Koch zet een bestsellerauteur naast een zware crimineel uit een leesclub in de gevangenis. Allebei spelen ze met roem, ijdelheid en geweld, met een droge, duistere glimlach.
Nog een De Winter met een crimineel in de hoofdrol, maar hier is de toon ernstiger: Max Kohn krijgt het hart van een priester en zoekt een manier om goed te doen. Hetzelfde tempo en dezelfde mix van misdaad en morele vragen als De hemel van Hollywood.
Wie lachte om de mislukte acteurs in De hemel van Hollywood, zal Ignatius J. Reilly ook kunnen waarderen: een zelfbenoemd genie in New Orleans dat nergens in slaagt. Meer klucht dan misdaad, met dezelfde Amerikaanse losers in de hoofdrol.
Een klus die uit de hand loopt, met een duo dat de grens van fatsoen opzoekt: P.F. Thomése stuurt zijn schrijver met J. Kessels naar Hamburg. Platter en Brabantser dan De Winter, maar even zwart van humor en vol vaart.
Waterdrinker en De Winter schrijven allebei over buitenstaanders in een wereld van geld en schijn. Waar de acteurs in Los Angeles een kluis willen legen, belandt een Nederlander in een Moskou dat net uit elkaar valt, en lachen mag bij allebei.
Gaea Schoeters laat twintigduizend olifanten naar Berlijn sturen; Leon de Winter laat drie oude acteurs een kraak plannen. Allebei maken ze van een absurd uitgangspunt een satire met tanden, waarbij je lacht en toch schrikt.
Tony Hanssen gelooft dat de wereld draait om verkopen, zoals de acteurs uit De hemel van Hollywood geloven dat ze nog één grote rol in zich hebben. Tom Lanoye schrijft brutaler en Vlaamser, met dezelfde lol in mannen die zichzelf overschatten.
Pfeijffer laat een opschepperige baggeraar het woord voeren, De Winter drie acteurs die hun glorietijd najagen. In beide boeken zit de humor in ijdele mannen die groter praten dan ze zijn, met een rauwe kant eronder.
Hans Münstermann kijkt mee met de campagne van een jonge rechtse partijleider, Leon de Winter met drie acteurs die hun laatste kans grijpen. Satire over macht, roem en zelfbedrog, in een vlot en toegankelijk tempo.
Drie Hollywoodacteurs over hun hoogtepunt heen, en bij Walter van den Broeck een kantoorbediende die drie vrije dagen bij zijn ouders doorbrengt. De Vlaamse variant is kleiner en stiller, maar de droge humor over mannen die vastzitten is verwant.
Drie korte romans van Willem Frederik Hermans uit 1957, met de mengeling van spanning en zwarte humor die ook De hemel van Hollywood kenmerkt. Wie De Winter waardeert om zijn misdaad met een knipoog, vindt hier een klassieke Nederlandse voorganger.