Net als Bute Street draait ook deze Londense straat om een winkel waar de buren binnenlopen en blijven hangen. Rachel Joyce zet Frank en zijn vinylzaak in 1988 neer, wat warmer en weemoediger dan Levy, met dezelfde liefde voor een buurt die samen een thuis vormt.
De huisregels van de twee vaders in Bute Street hebben een tegenhanger in het rommelige gedeelde huis van Lucy Sullivan en haar huisgenoten. Keyes is net zo grappig over samenwonen en bemoeizucht, met een Ierse tong en meer gedoe in de liefde.
Wie bij Levy genoot van het gedoe met kinderen, schoolritjes en een huishouden dat net niet loopt, vindt bij Jojo Moyes een moeder die alles alleen moet rooien. Jess komt elke maand net tekort. Grappig en hartelijk, maar met iets meer zorgen over geld.
Ook bij Daphne Deckers staat een ouder er onverwacht alleen voor: Iris blijft kort na de bevalling achter met haar zoontje. Net zo luchtig en zelfspottend als Levy over het geregel thuis, en het speelt dichter bij huis, in Nederland.
Was het maar waar laat Fransen in Londen hun leven opnieuw inrichten; Barreau blijft thuis in Parijs, met een man die verliefd wordt op een glimlach in zijn stamcafé. Dezelfde Franse lichtheid en zelfspot, maar dromeriger en meer gericht op één liefde.
Van een Franse boekhandel in een Londense straat naar een boekwinkel in Edinburgh: Jenny Colgan laat Carmen na haar ontslag inwonen bij haar keurige zus. Net zo knus en grappig als Levy, met familiegedoe onder één dak en een winkel als middelpunt.
Sophie Kinsella zet haar Katie Brenner neer in een hip Londens reclamebureau, onder een bazin die haar het leven zuur maakt. Wie bij Levy smulde van het Londen van buitenstaanders, krijgt hier een plattelandsmeisje in de grote stad. Lichtvoetig en snel.
Waar Levy een nieuw huishouden laat ontstaan na een scheiding, begint Cecelia Ahern bij een verlies: Holly wordt jong weduwe. Het is emotioneler, maar de humor van haar vriendinnen en familie houdt het luchtig, net als de buurtgenoten in Bute Street.
Een Britse vrouw die halsoverkop naar een andere stad verhuist en daar opnieuw begint: Lindsey Kelk doet het met Angela in Manhattan, Levy met Fransen in Londen. Beide boeken genieten van de botsing tussen culturen en blijven licht en vrolijk.
Petra Kruijt laat Anne mannen verbouwen tot ideale partners, een plan zo absurd als het idee van Levy om twee vaders met huisregels samen te laten wonen. Even toegankelijk en geestig, maar Nederlands en scherper in de grappen over relaties.
Mariëtte Middelbeek schrijft net als Levy luchtig over relaties en de mensen om je heen die er iets van vinden. Tessa is de enige van drie vriendinnen zonder liefdesleven. Minder een buurtverhaal, meer vriendinnenroman, met dezelfde vlotte humor.
Anita Verkerk begint bij een vrouw die alles op orde lijkt te hebben: huis, baan, man. Wie bij Levy hield van de knusse huiselijkheid en de kleine crises daarin, vindt hier dezelfde lichte toon. Wat simpeler gebouwd, met meer nadruk op de romance.