Lucy Sullivan krijgt een huwelijk voorspeld zonder dat er een man in zicht is; Anne in Petra Kruijts boek heeft juist geen relaties, alleen mannen die ze opknapt voor een ander. Allebei vrolijk en een tikje ondeugend over hoe je de liefde probeert te sturen.
Net als Lucy is Tessa de enige in haar vriendinnengroep zonder vriend, en dat valt op. Middelbeek houdt het Nederlands en eigentijds waar Keyes je meeneemt naar een rommelig Londens huis, maar de zelfspot is van hetzelfde soort.
Na een dramatische bruiloft vlucht Angela naar Manhattan en begint ze opnieuw. Lindsey Kelk heeft dezelfde Britse humor als Keyes, en net als Lucy struikelt Angela over mannen die beter klinken dan ze zijn.
Lizzie reist met een gebroken hart naar een Frans trouwkasteel, en net als bij Lucy wordt een bruiloft het decor voor haar eigen liefdesperikelen. Meg Cabot schrijft vlotter en Amerikaanser, met dezelfde komische pech.
Callie wacht al jaren op haar ex die ook haar baas is, terwijl Lucy zich vastbijt in een charmante maar onbetrouwbare Gus. Higgins schrijft net zo warm en grappig over een vrouw die liefde zoekt op de verkeerde plek.
Waar Lucy een voorspelling als richtsnoer krijgt, legt Josine zichzelf drie regels op voor het nieuwe jaar. Kruijt laat het net als Keyes met humor misgaan, al is Josine ouder en net gescheiden.
Barreau maakt van een glimlach in een Parijs café een romantische zoektocht, net zo luchtig als Lucy's jacht op een toekomstige echtgenoot. Franser en dromeriger dan Keyes, met een man als verteller.
Annabel verliest op één dag alles, en net als Lucy moet ze met veel zelfspot uitzoeken wat ze eigenlijk wil. Daphne Deckers zet het in Amsterdam neer, met een vleugje Hollandse nuchterheid naast de romantiek.
Drie collega's van een Utrechts gymnasium zoeken samen een uitweg uit hun saaie leven, zoals Lucy en haar huisgenoten om elkaar heen draaien. Anita Verkerk geeft ze grijze mantelpakjes en grote dromen, met evenveel vriendinnenhumor als bij Keyes.
Lucy woont met vriendinnen in een rommelig Londen; Marc Levy laat twee Franse vrienden daar samen een huis delen. Een mannelijk perspectief op dezelfde stad, met charme en verwarring in de liefde.
Abby woont noodgedwongen nog op een studentenkamer en houdt zich met humor overeind, net als Lucy in haar chaotische huishouden. Lisette Jonkman schrijft jonger en directer, met een buurman als complicatie.
Lucy Sullivan laat zich door een waarzegster en haar huisgenoten de liefde in praten; de heldin van Hannah Bonam-Young doet liever alles op eigen kracht. Een modernere romcom dan die van Keyes, met dezelfde zelfspot en een zachtere kern.