Ook in Stekels schrijft Heesen over een jongen die zich afsluit: de nukkige Adam, met wie Stazie alleen via briefjes in de dakgoot echt contact krijgt. Lichter van toon dan Toen Faas niet thuiskwam, maar met hetzelfde fijne gevoel voor wat kinderen niet uitspreken.
Het huis van Pipa ligt pal naast een ziekenhuis, en wie er overnacht heeft zelf zorgen genoeg. Van Ranst kijkt net zo stil en precies als Heesen naar mensen die wachten op nieuws over iemand die ze liefhebben.
Een jongen op een dak, alleen met een pijn waar hij niet aan wil denken. Aline Sax schrijft kort en poëtisch, en net als bij Faas draait alles om wat iemand voor zich houdt en wat dat met de mensen om hem heen doet.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Het schrift dat een ziek meisje bijhoudt, met briefjes voor haar familie, raakt aan hetzelfde als Toen Faas niet thuiskwam: een gezin dat bang is iemand te verliezen. Samson blijft net zo dicht bij één kinderstem.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Een zomer op een eiland en een vriendschap die verandert als een van de twee verkering krijgt. Samson schrijft net als Heesen over het gevoel dat iemand van wie je houdt van je wegdrijft, rustig en met veel gevoel.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Bij Kuyper ontdekt een klein meisje via de dieren dat leven en doodgaan bij elkaar horen. Wie het rouwende gezin van Faas aangrijpend vond, vindt hier een zachter, poëtischer boek over hetzelfde grote thema.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Bossie is de oudere broer van Oskar, en samen met Geesje hangen ze rond in hun open clubhuis op het eind van de zomer. Moeyaert laat net als Heesen een jongere broer vertellen over iemand naar wie hij opkijkt, met een spanning die je vooral tussen de regels voelt.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Een tweeling en hun jongere broer spelen een spel met de ogen dicht. Gerbrand Bakker schrijft sober over broers en een vader die alles bij elkaar probeert te houden, heel dicht bij het gezin uit Toen Faas niet thuiskwam.
Halinka woont al jaren in een kindertehuis en houdt haar gevoelens angstvallig voor zichzelf. Pressler schrijft scherp en eerlijk over een kind dat niemand meer durft te vertrouwen, voor wie na Faas nog zo'n intens boek zoekt.
Vlak voor de oorlog ziet de kleine Bing de grote mensen om hem heen veranderen, zonder te begrijpen waarom. Moeyaert vertelt net zo beeldend als Heesen, met een kind dat de spanning in huis haarfijn aanvoelt.