Kinsey Millhone en V.I. Warshawski zijn de twee grote vrouwelijke privédetectives uit de jaren tachtig, en dat merk je: allebei eigenzinnig, allebei met een eigen ik-stem. Sluipweg is grimmiger, Grafton juist wat speelser.
Achter het nette gezicht van een liefdadigheidsinstelling zit in Sluipweg iets rots, en Galbraith doet iets vergelijkbaars met een geloofsgemeenschap. Langer en trager opgebouwd dan Paretsky, met hetzelfde wantrouwen tegenover instituties die het goede beweren te doen.
Strike en Robin werken net als Vic zonder politiepenning en krijgen het op hun eigen kantoor zwaar te verduren. Galbraith neemt meer tijd voor de twee speurders, Paretsky houdt het korter, maar de dreiging sluipt bij allebei langzaam dichterbij.
Brunetti stuit in Venetië op dezelfde stille muur van mensen die liever niets zeggen als Vic in Sluipweg. Donna Leon is milder en heeft meer oog voor eten en familie, maar haar kritiek op macht en geld is even scherp.
Ook Wallander voelt dat een keurige façade van rijkdom iets verbergt en blijft graven terwijl iedereen hem afremt. Somberder en Zweedser dan Sluipweg, met een rechercheur die nog meer aan zichzelf twijfelt.
Sjöwall en Wahlöö schreven net als Paretsky misdaad met een maatschappelijke angel. Hier geen eenzame speurder maar een heel team in Stockholm, zakelijker verteld dan Vics ik-stem.
Vic laat zich in Sluipweg niet afschepen door bankiers en bestuurders; Scarpetta houdt op dezelfde manier stand tegen haar bazen in Virginia. Cornwell werkt vanuit het lab en snijdt dieper in het donker dan Paretsky.
Max Winter is net als Vic een speurder die voor eigen rekening werkt en geen chef heeft om achter te schuilen. Thijssen schrijft Hollands nuchter en wat lichter dan Paretsky, met Amsterdam in plaats van Chicago.
Aaron Falk is rechercheur bij de financiële afdeling, en dat merk je: net als Vic in Sluipweg volgt hij het geld. De Australische hitte geeft het boek een heel andere sfeer dan Chicago, en het tempo ligt lager.
Banks is politieman en geen privédetective, maar ook hij volgt een spoor dat steeds dieper het criminele circuit in voert. Engelser en rustiger dan Sluipweg, met evenveel oog voor wie er aan misdaad verdient.
Dit is het begin van Wallander, en zoals in Sluipweg zit de echte spanning in de lange zoektocht, niet in de knallen. Mankell is grauwer en meer met de samenleving bezig dan met banken en bestuurskamers.
Tempe Brennan is net als Vic een vrouw met een vak waar niemand omheen kan: zij leest botten, Vic leest balansen. Reichs is forensischer en lichter van toon, maar de dreiging van mensen die zich onschendbaar voelen is vergelijkbaar.