Henning Juul onderzoekt in Schijndood een moord die de politie te snel afdoet; Strike en Robin krijgen in Inktzwart hart een tekenares die online wordt belaagd door de anonieme Anomie. Galbraith neemt meer tijd dan Enger, maar het gevoel dat iedereen iets verbergt is hetzelfde.
Ook in Stromend graf staat een vader centraal die zijn kind kwijt is, al leeft de zoon hier nog: Will zit bij een kerkgenootschap op een boerderij in Norfolk. Strike en Robin graven langer en dieper dan Henning Juul, in een even sombere sfeer.
Schijndood speelt in Oslo, De kluizenaar niet ver daarvandaan: drie huizen van William Wisting zit een man maanden dood voor de tv. Jørn Lier Horst schrijft rustiger en realistischer dan Enger, met een rechercheur en zijn journalistendochter die elk hun eigen spoor volgen.
Waar Henning Juul leeft met de brand die zijn zoon kostte, dragen drie jongens uit een arbeiderswijk in Boston een jeugdtrauma mee dat hen nooit verlaat. Dennis Lehane schrijft literair en zwaar op het gemoed, minder snel dan Enger maar emotioneel nog dieper.
Ook Harry Hole is in Het mes een man die alles kwijt is: Rakel is weg en hij mag alleen oude zaken uitpluizen. Jo Nesbø geeft Oslo dezelfde grauwe kleur als Enger, maar gaat nog verder in het persoonlijke drama.
Schijndood begint met een gruwelijke, bijna rituele moord, en Åsa Larsson opent haar reeks net zo, alleen dan in het Zweedse Lapland. Rebecka Martinsson is advocaat, geen journalist, maar ze komt net als Juul terug op een plek waar ze liever niet was.
Van Oslo naar een mijnstadje hoog in het noorden van Zweden, waar een mijnwerker wordt vermoord. Karin Smirnoff schrijft rauwer dan Enger, met een kleine gemeenschap waar de kou en het zwijgen even zwaar wegen als in Schijndood.
Na Schijndood, waarin een vader zijn verlies met zich meedraagt, laat Camilla Grebe zien hoe een kind verder moet na iets wat het nooit had mogen zien. Zweeds, sober en met een groep vrouwen die elkaar steunt: een andere hoek dan Enger, even aangrijpend.
Henning Juul keert in Schijndood terug naar zijn werk, Kurt Wallander staat in De gekwelde man aan het eind van zijn loopbaan. Als de schoonvader van zijn dochter Linda verdwijnt, wordt het een zaak die net zo persoonlijk is als die van Juul, alleen trager verteld.
Waar Schijndood een loopbaan opnieuw laat beginnen, laat Laatste ronde er een eindigen: Rebus heeft nog anderhalve week tot zijn pensioen. Ian Rankin geeft Edinburgh dezelfde vermoeide toon als Enger aan Oslo.
Ook in Londen ligt een slachtoffer er gruwelijk bij: een naakte jongen op een grafzerk, de vierde van dezelfde dader. Elizabeth George schrijft uitgebreider dan Enger en laat de onderzoekers zelf net zo zwaar meewegen als de zaak.
Wie de koude, rouwende sfeer van Schijndood zocht, vindt die terug in een verlaten dorp aan een IJslandse fjord. Drie vrienden willen er een vervallen huis opknappen, en Yrsa Sigurðardóttir mengt de misdaad met iets dat dichter bij een spookverhaal ligt.