Rood waas leeft van de forensische blik van Scarpetta; Gerritsen, zelf ooit arts, schrijft de sectiekamer met dezelfde kennis van zaken. Hier is rechercheur Rizzoli de spil, in een zomerse stad vol hitte en angst, en de spanning is net zo grimmig.
Maura Isles is de patholoog van Boston zoals Scarpetta dat in Virginia was, en in Verdwijn wordt haar werk opeens persoonlijk. Beide boeken laten de forensische blik van een vrouw botsen met mensen die liever niet willen dat ze verder kijkt.
Rood waas draait om doden die achteraf toch niet natuurlijk blijken; dat thema pakt Mark Billingham op in het debuut van inspecteur Thorne. Een Londense politieman in plaats van een patholoog, Brits droog van toon, maar net zo nauwkeurig en somber.
Jack Caffery staat net als Scarpetta voor een dood die eerst als zelfmoord oogt, hier vlak buiten Bristol. Mo Hayder gaat nog dieper het donker in dan Cornwell, dus reken op een grimmige sfeer en weinig lichtpunten.
Psycholoog Tony Hill en inspecteur Carol Jordan vormen een duo dat doet denken aan Scarpetta en haar vaste kring. Val McDermid schrijft net zo onverbloemd over wat daders drijft als Rood waas, in een Noord-Engelse stad in plaats van het Amerikaanse zuiden.
Karin Slaughter speelt zich ook in Georgia af en heeft met Sara Linton een arts en lijkschouwer als hoofdpersoon. Een dode student opent het boek; de sfeer van het kleine stadje is net zo drukkend als de gevangenis in Rood waas.
Kim Stone denkt bij een dode jonge vrouw eerst aan zelfmoord, en dan begint het echte werk. Angela Marsons heeft een even koppige hoofdpersoon als Cornwell, maar schrijft korter en sneller, met de Black Country als decor.
Lisa Gardner laat D.D. Warren werken aan een zaak met wortels in het verleden van een vrouw die nooit lang dezelfde naam houdt. Wie in Rood waas het ontrafelen van verbonden sterfgevallen volgde, vindt hier hetzelfde geduldige graafwerk.
Scarpetta leest een lichaam, Lincoln Rhyme leest stof, vezels en kruitsporen: allebei laten ze het bewijs spreken. Deaver maakt er een race tegen de klok van, waardoor dit sneller leest en minder somber is dan Rood waas.
Nele Neuhaus brengt het politiewerk naar het Duitse Taunusgebied, met een dood meisje in de rivier als begin. Net als bij Cornwell reikt het onderzoek veel verder dan de plek waar het lichaam ligt, en wordt het hoe langer hoe zwaarder.
Lars Kepler houdt van hetzelfde soort onmogelijke vondst als Cornwell: een verdronken vrouw met droge kleren in de Stockholmse scherenkust. Joona Linna is koeler dan Scarpetta en het tempo ligt een stuk hoger.
Billingham bouwt zijn tweede Thorne-boek op zoals Cornwell een reeks doden aan elkaar knoopt: een gewurgde lerares, een laatste waarneming op een station, en een speurder die geen toeval gelooft. Droger Brits van toon, maar net zo duister.