Operatie ijsberg speelt in de kou van de Noord-Atlantische Oceaan, en Tom Clancy laat juist daar een Russische onderzeeër op de vlucht slaan. Een geheim aan boord, twee grootmachten die het willen hebben: dat delen de boeken. Clancy is technischer en politieker.
Iets wat op een afgelegen plek wordt gevonden en dat de overheid stil wil houden: daarmee beginnen Operatie ijsberg en dit boek van Sidney Sheldon. Bij Sheldon volgt een agent de getuigen over de hele wereld. Vlot en toegankelijk, zonder schepen.
Ook in dit Kurt Austin-avontuur van Cussler zit de dreiging in een uitvinding die in de verkeerde handen valt, met zee en schepen als speelveld. Het team van NUMA werkt hier rond de Azoren. Moderner dan Operatie ijsberg, maar met dezelfde snelle ontsnappingen.
Een schat aan geld en macht die van eigenaar wisselt, en een netwerk van invloedrijke mensen dat erachter blijkt te zitten. Robert Ludlum vertelt dat als klassieke spionageroman rond de jaren twintig en de oorlog; Cussler houdt het korter en avontuurlijker.
Waar Pitt een schip uit een ijsberg vrijmaakt, sturen ze bij Michael Crichton mensen terug naar het middeleeuwse Frankrijk. Allebei avonturen waarin wetenschap en actie hand in hand gaan. Crichton voegt sciencefiction toe, Cussler blijft dichter bij de werkelijkheid.