Fidel Hulshoff raakt als scholier zijn hart kwijt aan een grillig meisje en komt daar nooit helemaal van los. Oek de Jong volgt een eenzelvige jongen op drie leeftijden, ook met een jeugdliefde die nazindert. Trager en introspectiever dan De Loo.
Een meisje dat zich niet laat vangen en een ander die haar jarenlang meedraagt: bij De Loo de leugenachtige jeugdliefde van Fidel, bij Toni Morrison de wilde Sula en haar vriendin Nel. Rijker van taal, met dezelfde vraag wat je van een ander ooit begreep.
Een mooi, onberekenbaar meisje zet het leven van een man op zijn kop. In Liefde in Pangea is dat een klasgenote vol leugens, bij Wolkers een Hongaars meisje dat intrekt bij twee broers. Wolkers is rauwer en zintuiglijker.
De Loo schrijft over een liefde die vooral bestaat uit wat je niet weet over de ander. Ook in de vroege Claus draait het om mannen die van vrouwen houden die ze niet kunnen peilen, in een sfeer van lusteloze kunstenaars. Somberder en jeugdig hongerig.
Gedeeld: langzaam opbouwend, literair en psychologisch
Fidel wordt bioloog en bestudeert kameleons, dieren die van kleur verschieten, terwijl hij een ongrijpbare vrouw probeert te begrijpen. Mulisch laat een biochemicus leven maken in zijn lab en koppelt dat net zo aan zijn privéleven. Cerebraler en speelser.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
Wat er met dat grillige meisje aan de hand was, blijft Fidel jaren bezighouden. Manon Uphoff schrijft vanuit zo'n meisje zelf: Mara, die opgroeit tussen volwassenen die allemaal iets missen. Een spiegelbeeld van de geliefde uit Liefde in Pangea.
Een jonge man aan een school die verstrikt raakt in de gevoelens van anderen: Fidel als leerling, Siebelinks Marc Cordesius als beginnende leraar Frans. Beide romans laten zien hoe een verliefdheid op een school iemand voor jaren tekent.
De Loo laat zien hoe een jeugdliefde over decennia doorwerkt in een volwassen leven. Nooteboom volgt Inni Wintrop door drie decennia, met even ongrijpbare relaties. Ironischer en filosofischer, voor wie de tijdsprongen in Pangea graag las.
Gedeeld: langzaam opbouwend, literair en psychologisch
Fidel is als tiener verloren in een liefde die hij niet doorziet; bij Leon de Winter is Dürer negentien, werkloos en onbegrepen. Een vroege, rusteloze roman over een jongen die zichzelf zoekt, rauwer dan De Loo.
Liefde in Pangea springt tussen schooltijd en volwassenheid, en ook Brouwers laat in zijn debuut een man in een kraamkliniek terugdwalen naar zijn jeugd. Zijn liefde loopt steeds op leegte uit. Dromeriger en donkerder.
Fidel blijft zich afvragen wie het meisje was en wie hij zelf was in die tijd. Hesses Harry Haller worstelt met dezelfde vragen, alleen als eenzame intellectueel die zich half wolf voelt. Een klassieker voor wie de psychologische laag in Pangea zocht.
Ook Brijs schrijft over een kind dat getekend wordt door wat volwassenen hem aandoen. Arend is te groot en wordt thuis geslagen, het meisje uit Pangea vlucht in leugens. Allebei tonen ze een jeugd die later doorwerkt, Brijs harder en directer.