Russen en Amerikanen strijden in Licht de Titanic! om iets op de zeebodem; Clancy laat ze strijden om een onderzeeër die overloopt. Beide boeken draaien om techniek onder water en om wie het eerst is. Clancy rekent alles tot op de bout door, Cussler gaat sneller.
Een beroemd wrak met een geheim in het ruim: wat de Titanic voor Pitt is, is de Andrea Doria voor Kurt Austin. Cussler laat in Serpent zijn tweede NUMA-held duiken naar een passagiersschip dat in de jaren vijftig zonk. Dezelfde schrijver, een jongere toon.
Licht de Titanic! begint bij een ramp uit 1912, Daniëlle Hermans bij een moord in een Alkmaarse herberg uit 1636. Allebei laten ze een oud geheim doorwerken tot in een moderne jacht. Hermans wisselt tussen de tulpenmanie en het Londen van nu, met kunstgeschiedenis in plaats van duikwerk.
Koude Oorlog, geheime diensten en een buit uit het verleden waar meerdere partijen op azen. Frederick Forsyth zet een Duitse verslaggever op het spoor van een oud-SS-netwerk. Somberder en realistischer dan Cussler, maar even moeilijk weg te leggen.
Een bedrijf dat het verleden letterlijk bereikbaar maakt: Crichton doet met kwantumfysica wat Pitt met kranen en pontons doet. Tijdlijn neemt je mee naar het Frankrijk van de veertiende eeuw. Meer sciencefiction, hetzelfde plezier in grootse plannen.