Zijn eigen favoriete liefdesgedichten bundelde Stefan Hertmans voor de Poëzieweek. Net als de Claus-selectie is dit een compact boek met poëzie over verlangen, verteld door de dichter zelf.
Een sonnettenkrans van vijftien gedichten die zich streng aan de vorm houden. Strenger en formeler dan de speelse Claus, voor wie van poëzie met een duidelijke bouw houdt.
De bundel uit 1955 waarmee Claus naam maakte als dichter. Wie zijn tederheid uit Je buik van pimpelmees wil terugvolgen naar het begin, vindt hier zijn eerdere, minder romantische kant.
Bart Moeyaert schrijft over liefde maar ook over het hier en nu: een kamer, een ochtend, een hand. Dat kleine, concrete kijken past bij Claus' verzen over het lichaam van de geliefde.
Een keuze uit de liefdespoëzie die Dante schreef voordat hij in 1302 uit Florence werd verbannen. Een eeuwenoude voorloper van de liefdesgedichten van Claus, plechtiger en toch vol verlangen.
Dante vertelt hoe hij Beatrice als jongen voor het eerst zag en haar sindsdien vereerde. Verlangen op afstand, tegenover de lichamelijke nabijheid in de verzen van Claus.
Dichtbundel waarin Tomas Lieske speelse, onverwachte vragen stelt: hoe ruiken geesten, hoe spreekt de zee? Speels is ook Claus, al is Lieske minder romantisch en meer verwonderd.
De naakte nimf Fidessa danst in het maanlicht en verlaat haar speelweide om een witte eenhoorn te temmen. Een sprookjesachtige tekst van Couperus vol zinnelijkheid, verwant aan de speelse erotiek van Claus.
Tom Lanoye vertelt over zijn eerste, alles verslindende jeugdliefde en over de slagerij van zijn vader. Geen gedichten maar proza, met dezelfde mengeling van liefde en gemis als bij Claus.