Een vermoorde geleerde, een geheim dat eeuwen teruggaat en een vrouw die met een hoogleraar op de vlucht slaat: IV leent bewust de vorm van Dan Brown. Wie Lubach leuk vond, moet het origineel lezen, met codes en kunst in plaats van Cicero.
Elsa volgt het spoor van haar vader langs oude teksten; bij Akoenin zoekt een historicus in Moskou naar een oude erfenis van zijn familie. Allebei een speurtocht door de geschiedenis met een knipoog, bij Akoenin iets literairer en droger.
IV begint met een vakantie in Zuid-Frankrijk die abrupt eindigt, en ook dit boek van Michael Berg speelt zich af in een afgelegen Frans decor. Minder raadsels en meer psychologische spanning, maar met dezelfde vaart.
Elsa wordt van het ene op het andere moment opgejaagd, net als de headhunter van Jo Nesbø, die zijn rustige leven in een paar dagen ziet instorten. Korter, scherper en met een donkere humor die past bij de toon van Lubach.
Lubach laat Elsa verdacht worden van iets wat ze niet deed, en Mickey Haller verdient zijn brood met mensen in precies die positie. Connelly verplaatst de spanning naar Los Angeles en de rechtszaal, met een cliënt die je nooit helemaal kunt peilen.
Een gewone burger die plotseling midden in een misdaad belandt en niemand meer kan vertrouwen: dat is IV, en dat is ook Harlan Coben. Geen historische puzzel, wel een speurtocht waarin elk hoofdstuk eindigt met een nieuwe vraag.
Elsa zoekt uit hoe haar vader echt aan zijn eind kwam, en zo begint ook De dichter: een journalist die niet gelooft in de officiële versie van een sterfgeval in zijn familie. Connelly schrijft realistischer en grimmiger dan Lubach.
Wie na IV nog een Nederlandse thriller wil, kan bij Saskia Noort terecht. Geen staatsgeheimen, wel een vrouw die steeds dieper in de problemen raakt, in een vlotte stijl die net zo makkelijk wegleest als Lubach.
Ook bij Mariëtte Middelbeek wordt een gewone vrouw door haar verleden ingehaald. Een Nederlandse thriller met korte hoofdstukken en een snel tempo, iets meer gericht op vriendschap dan op complotten.
IV heeft een opjaagtempo van een paar dagen, en Jeffery Deaver werkt met een nog strakkere klok: een huurmoordenaar die binnen korte tijd moet toeslaan. Meer forensisch speurwerk, met net zoveel draaien in het plot.
Een thriller die je in één ruk uitleest en die je steeds op het verkeerde been zet: wie dat in IV waardeerde, vindt het ook bij Freida McFadden. Kantoorsetting in plaats van een staatsgeheim, met dezelfde vlotte toon.