Een archeologe die een vondst doet waar anderen voor willen moorden: Royan Al Simma bij Wilbur Smith, Clara Tannenberg bij Julia Navarro. Navarro speelt in Irak en is politieker, Smith gaat voor avontuur in de bergen van Ethiopië.
Wilbur Smith stuurt zijn archeologen op schattenjacht, Michael Crichton stuurt een student het Wilde Westen in om fossielen op te graven. Allebei avonturenromans waarin graven gevaarlijker is dan je denkt, met rivalen die niet kieskeurig zijn.
Het koningsgraf begint met een tombe en oude rollen die de weg wijzen; Kate Mosse opent met een vondst diep in de Pyreneeën. Beide boeken laten een vrouw ontdekken dat haar ontdekking gevaarlijke mensen aantrekt. Mosse is romantischer en langzamer.
Royan volgt aanwijzingen uit een eeuwenoude tekst naar een verborgen schat, en Cotton Malone doet in dit eerste deel van Steve Berry hetzelfde. Iets meer puzzelen en Europese geschiedenis, met dezelfde vaart en vijanden op de hielen.
Wilbur Smith schrijft avontuur met een grote A, en Michael Crichton doet dat in Piraten met een kaperkapitein in het zeventiende-eeuwse Caribisch gebied. Een schat buitmaken en tegenstanders ontlopen: dezelfde opzet, alleen op zee.
Het koningsgraf is een jachtverhaal: een vrouw die wordt opgejaagd en terugvecht. Clive Cussler maakt van De jacht een achtervolging door het Amerikaanse westen. Minder schat, meer speurwerk, met dezelfde ouderwetse avonturentoon.
Wie in Het koningsgraf de verhalen over het oude Egypte het mooist vond, kan door naar Valerio Massimo Manfredi. Hij laat een handvol trouwe soldaten een jonge keizer redden aan het einde van Rome: avontuurlijk, snel en vol oude glorie.
Wilbur Smith laat in zijn Egypte-boeken een hele oude wereld herleven, en Conn Iggulden doet dat met de jonge Dzjengis Khan op de Mongoolse steppe. Ruw, snel en vol strijd, voor wie bij Smith van de historische kant hield.
Een eeuwenoud geschrift dat in het heden voor doden zorgt: bij Smith zijn het papyrusrollen, bij Julia Navarro de aantekeningen van een monnik. Navarro wisselt meer tijdlagen af en is somberder; Smith zet meer in op actie.
Het koningsgraf heeft een flinke dosis strijd en avontuur in een oude wereld. Simon Scarrow levert dat in Onder de adelaar met een jonge rekruut in het Romeinse leger, rechttoe rechtaan en vol vaart.
Royan ontcijfert de aanwijzingen van een slimme slaaf uit het oude Egypte; Robert Langdon ontcijfert de boodschappen van een vermoorde conservator. Dan Brown is meer puzzel en minder buitenlucht, maar het spoorzoeken van aanwijzing naar aanwijzing is hetzelfde.
De slaaf Taita, wiens rollen Royan op weg helpen, is bij Smith de echte held van de oudheid. Ben Kane maakt van slaven ook de hoofdpersonen, in een Romeins avontuur dat tot ver buiten het rijk voert. Ruiger en zonder hedendaagse lijn.