Jonge vrouwen die vroeger in een gesloten inrichting belandden, staan centraal in dit vierde deel van Jussi Adler-Olsen. Wie in Getuige gegrepen werd door het meisjesinternaat in Noord-Zweden, vindt hier een Deense versie van dat thema. Grimmig, met wat galgenhumor van Carl Mørck erdoorheen.
Bij Nesbø verdwijnt een moeder op de avond van de eerste sneeuw, met alleen een sneeuwpop als spoor. Net als in de Birgittagården begint het met een vrouw die weg is en een politieman die van buitenaf binnenkomt. Harry Hole is wel een stuk kapotter dan Joona Linna.
Getuige draait om een meisje dat spoorloos is; Fitzek laat juist een vermist kind weer opduiken, midden op een cruiseschip, zonder dat iemand weet waar het was. Even korte hoofdstukken en even veel wendingen, alleen minder politiewerk en meer waanzin.
Gedeeld: verdwijning, beklemmend en korte hoofdstukken
Karin Slaughter begint Genesis op een spoedeisende hulp in Georgia, waar artsen een vrouw binnenkrijgen die iets onvoorstelbaars heeft overleefd. Net als in Getuige moet de recherche uitzoeken of er nog meer slachtoffers zijn. Explicieter in het geweld, met een duo dat elkaar aanvult.
Kepler en Mankell kijken allebei naar Zweedse jongeren die vastlopen, en naar volwassenen die dat te laat zien. Bij Mankell valt de ene dode na de andere in de zomer van Skåne, en Kurt Wallander zoekt langzaam en twijfelend naar een verband. Bedachtzamer, minder gejaagd.
Gedeeld: politieonderzoek, expliciet geweld en duister