Net als Forsyth in Geen gelazer achteraf bouwt Rudy Soetewey elk kort verhaal op naar een wending in de laatste alinea's. De logica blijft kloppen, dus achteraf kun je terugbladeren en zien waar het al klaarlag.
Een tweede bundel van Forsyth zelf, met zeven verhalen die elk eindigen op een omkeer in de geest van Roald Dahl. Wie Mark Sanderson en zijn plannen goed vond, krijgt hier meer van die korte, gemene constructies.
Roger Brown leeft ver boven zijn stand en vindt zichzelf slimmer dan iedereen om hem heen, precies het type dat bij Forsyth op zijn neus valt. Jo Nesbø maakt er één lange roman van, in een nog hoger tempo.
Wraak na bedrog speelt bij Forsyth in meerdere verhalen, en James Patterson bouwt er een complete roman omheen: een rechercheur ziet dat haar man vreemdgaat en laat het niet passeren. Eén verhaallijn, korte hoofdstukken en een tempo dat minstens zo hoog ligt.
Ook Mary Higgins Clark verzamelde haar spanning in korte verhalen die je elk in één zit uitleest. Handig als je, net als bij Geen gelazer achteraf, liever één verhaal per avond leest dan een dikke roman.
Mickey Haller werkt vanaf de achterbank van zijn Lincoln en kent alle trucs om een zaak te draaien; hij zou zo een personage van Forsyth kunnen zijn. Het verschil: dit is een rechtbankthriller met één grote zaak in plaats van een rij korte verhalen.
Jake zag zijn grote liefde Natalie met een ander trouwen en hield zich jarenlang aan zijn belofte haar niet op te zoeken. Net als in het titelverhaal van Forsyth draait het om een man en een getrouwde vrouw, al maakt Harlan Coben er één lange zoektocht van.
Voor wie bij Forsyth vooral geniet van het moment waarop de val dichtklapt: Agatha Christie zet in het dorp King's Abbot een van haar slimst geconstrueerde puzzels neer. Ouder en rustiger van toon, maar net zo uitgekiend.
Sidney Sheldon schrijft net zo rechttoe rechtaan als Forsyth: korte scènes, weinig omhaal en een plot dat steeds een andere kant op schiet. Hier volg je Ashley Patterson, een slimme jonge vrouw die merkt dat een onbekende haar al tijden volgt.
Wie bij Forsyth houdt van plannen die tot op de minuut zijn uitgedacht, krijgt bij Jeffery Deaver een race tegen de klok tussen een bedlegerige forensisch expert en een beroepsmoordenaar. Eén lang verhaal, vol schijnbewegingen.
In Geen gelazer achteraf weet je nooit wie wie in de maling neemt, en dat spel speelt Freida McFadden op een gewone kantoorvloer. Twee collega's die elkaar niet vertrouwen, en elk hoofdstuk zet je oordeel weer op losse schroeven.
Verslaggever Jack McEvoy gelooft niet dat zijn tweelingbroer zichzelf van het leven beroofde en gaat zelf graven. Donkerder en langer dan de verhalen in Geen gelazer achteraf, met dezelfde voldoening als de puzzel ineens klopt.