Elsa woont met stiefvader en halfbroer in één kamer; Lola pendelt tussen een moeder met nieuwe man en een vader met een eetcafé. Jacqueline Wilson laat in beide boeken zien hoe een kind zich redt in een gezin dat uit stukken bestaat.
Geen geld voor een huis, dus woont Elsa in een hotel. Rover Graai wil na de gevangenis ook gewoon een dak boven zijn hoofd, en Gudrun Pausewang maakt daar een grappig boek van voor wat jongere lezers.
Elsa maakt grappen, Pelle somt feitjes op: zo houden ze zich allebei staande als het thuis zwaar is. Marlies Slegers schrijft net zo licht en eerlijk over verdriet als Wilson.
Een buurman met een geit belt aan bij Maaike, die net verhuisd is en zich dood verveelt. Een vrolijk boek over een kind in een nieuwe omgeving, met dezelfde vlotte grappen waarmee Elsa haar dagen doorkomt.
Elsa wil later beroemd worden; Kukel heeft al zeven beroemde zingende zussen, en niemand noemt hem bij zijn echte naam Josofus. Een kleiner en speelser boek met hetzelfde gevoel van er niet helemaal bij horen.
Elsa houdt haar zorgen weg met grapjes, de jongen in Lamelos gooit ze eruit in een woedeaanval. Gideon Samson schrijft dun en grappig, en de vader in dit boek kiest een wel heel tastbare oplossing.
Zeven jaar in de buik van je moeder blijven omdat je zo sloom bent: dat is Klaasje. Sjoerd Kuyper maakt van een gewoon gezin een feest van onzin, dus kies dit als je bij Elsa vooral om de grappen lachte.
Loes en Elsa zijn meiden die liever lol maken dan stilzitten. Waar Elsa grappen vertelt, mengt Loes vieze drankjes die haar vriend Jurriaan zijn haar kostten; Erna Sassen gooit er een snufje toverij bij.
Simone moet drie weken bij oom en tante logeren terwijl haar ouders naar Egypte gaan. Weer een meisje op een plek die niet echt thuis voelt, maar rustiger en zonder de geldzorgen uit Elsa's hotel.
Wat het betekent als er thuis geen geld is, merkt Elsa elke dag. Niek droomt van een blauwe fiets met zilveren strepen, en Mirjam Pressler vertelt dat rustiger en ingetogener dan Wilson.