Heinlein bouwde voort op Wells: ook daar landt iets uit de ruimte op het platteland en staat de mens ineens machteloos. Marsbewoners met driepotige machines in plaats van parasieten, maar dezelfde invasie die vlak bij huis begint.
In De marionetten kun je niemand meer vertrouwen, en in Ubik kun je zelfs de werkelijkheid niet meer vertrouwen. Philip K. Dick volgt Joe Chip in een al even paranoïde verhaal dat met elk hoofdstuk vreemder wordt.
Een nacht vol vreemd licht aan de hemel en daarna een land dat plotseling weerloos is: Wyndham schrijft net als Heinlein over een ramp die de samenleving uiteenrukt, gezien door de ogen van één man. Iets rustiger, met een onbehagen dat gestaag groeit.
Heinlein zag overal bedreigingen voor de vrijheid, en in dit boek komt die niet uit de ruimte maar van een religieuze dictatuur in Amerika. Een jonge wachter raakt betrokken bij het verzet: meer politiek en minder horror, met dezelfde achterdocht.
De wezens die mensen besturen komen bij Heinlein uit de ruimte; bij Michael Crichton komt de dreiging uit een lab, als een zwerm minuscule machines ontsnapt. Een moderne thriller met dezelfde wedloop tegen iets wat zich snel verspreidt.
De aarde tegenover een buitenaardse vijand: bij Heinlein met geheim agenten, bij Orson Scott Card met hoogbegaafde kinderen die tot legeraanvoerders worden opgeleid. Meer strategie en minder paranoia, maar net zo gespannen.
Na Heinleins geheime dienst op jacht naar een dreiging van buiten de aarde past Crichtons team van wetenschappers dat een organisme uit de ruimte moet ontcijferen. Strakker en technischer, met dezelfde race tegen de klok.
De marionetten toont een samenleving waarin iedereen overgenomen kan zijn, Bradbury een samenleving waarin boeken branden en niemand vragen stelt. Korter en poëtischer, maar het benauwde gevoel van een wereld die niet deugt is hetzelfde.
Bij Heinlein neemt een buitenaardse plaag mensen over, bij Matheson heeft een virus de wereld leeggeveegd en is Robert Neville misschien de laatste. Eenzamer en duisterder, met dezelfde paranoia over wat er buiten op je wacht.
Zoek je na Heinlein nog een klassieker met constante spanning, probeer dan Clarkes Maanstof: een rondvaartboot met toeristen verdwijnt onder het oppervlak van een stofzee op de maan. Geen vijand, wel een benauwde strijd om te overleven.
Een macht die achter de schermen de touwtjes in handen heeft: bij Heinlein zijn het parasieten, bij Philip K. Dick een supercomputer die de wereldvrede bewaakt en zichzelf uitbreidt. Een vlotte vroege Dick vol politieke achterdocht.
Achterdocht en een systeem dat alles wat afwijkt opspoort: na De marionetten past de Nederlandse sf van Peter Schaap, die een allesziende machine over de wereldvrede laat waken. Bescheidener van schaal, met hetzelfde gevoel dat je nergens veilig bent.