Hetzelfde Ankh-Meurbork, zes jaar later geschreven en een stuk beter in elkaar gezet. De stadswacht moet een opgeroepen draak tegenhouden. Waar het eerste Schijfwereldboek van grap naar grap springt, heeft dit een echt plot en personages om wie je gaat geven. Veel lezers raden aan hier te beginnen.
Gedeeld: met humor, draken, epische wereld, toegankelijk en knus
Derek Landy heeft Pratchetts plezier in dialogen: zijn dode detective en diens twaalfjarige hulpje ruziën in oneliners terwijl de wereld vergaat. Het verschil zit in de vaart. Hier wordt gevochten, achtervolgd en echt iets opgelost, waar Rinzwind vooral wegrent. Geschreven voor tieners; volwassenen lachen net zo hard.
Gedeeld: met humor, snel tempo, toegankelijk en uitgewerkt magiesysteem
Eoin Colfer zet het sprookjesvolk net zo oneerbiedig neer als Pratchett zijn tovenaars: de elfen hebben een politiekorps, budgetproblemen en een kleptomane dwerg als informant. Tegenover hen staat een kind dat slimmer is dan iedereen. Strakker plot dan op de Schijfwereld, en in een paar avonden uit.
Geen fantasy, wel dezelfde Britse droogheid. Richard Osman heeft net als Pratchett een zwak voor mensen die door iedereen worden onderschat, en hij verstopt zijn beste grappen in bijzinnen. Zijn helden zijn vier bejaarde amateurspeurders. Rustiger, warmer en zonder schildpad.
Wil je weten wat Pratchett precies op de hak neemt? Dit is fantasy die zichzelf serieus neemt en dat goed doet: een duistere heerser, een uitverkorene, een bende dieven. De magie werkt volgens strikte regels. Af en toe geestig door de onderlinge plagerijen, maar bedoeld als avontuur.
Gedeeld: epische wereld, uitgewerkt magiesysteem en snel tempo
De bron van bijna alles waar de Schijfwereld mee spot: tovenaars met puntmutsen, dwergen, een reis vol gevaren. Lees je Tolkien na Pratchett, dan zie je ineens dat Rinzwind een omgekeerde Gandalf is. Plechtig, lang en nergens ironisch; de hobbits zorgen voor de gezelligheid.
Onzin opdienen alsof het wetenschap is, met voetnoten en al: dat doet Pratchett op elke bladzijde, en Rowling doet het hier een heel boekje lang over een sport op bezemstelen. Verwacht geen plot, wel dezelfde uitgestreken toon. Heel dun, en je hebt er meer aan als je Harry Potter kent.
Rowling schrijft warmer en met een echt raadsel als ruggengraat, Pratchett is scherper en losser, maar de lol in details delen ze: bewegende trappen, snoep met vieze smaken, een bank gerund door kobolden. Voor wie na de Gesloten Universiteit van Rinzwind een toverschool wil waar ze wél iets leren.
Gedeeld: met humor, knus, toegankelijk en uitgewerkt magiesysteem
Jessica Townsend verzint net zo gretig als Pratchett: in haar stad Nevermoor verandert een hotelkamer mee met de gast en reis je per paraplu. Zij hangt er wel een samenhangend verhaal aan op, over een meisje dat denkt dat ze ongeluk brengt. Lief en vrolijk, voor jongere lezers, zonder satire.
Gedeeld: met humor, knus, epische wereld en toegankelijk
Jonathan Stroud is grappig in de dialogen en verder flink eng, wat Pratchett in dit boek nooit is. Zijn drie jonge spokenjagers kibbelen het liefst op het moment dat het echt niet uitkomt. Kies dit als je de humor wilt houden en er kippenvel bij zoekt; het Londen van Stroud is een stuk grimmiger dan Ankh-Meurbork.
Fantasië zit net als de Schijfwereld vol wezens die alleen in een verhaal kunnen bestaan: een rotsbijter, een renslak, een geluksdraak. Michael Ende meent het wel allemaal. Zijn boek gaat over wat verhalen met een lezer doen, een vraag die Pratchett later ook stelde. Trager, ernstiger, sprookjesachtig.
Een vorstin die stiekem moorden oplost terwijl haar hofhouding denkt dat ze alleen linten doorknipt: het uitgangspunt is op zijn eigen manier even absurd als een wereld op een schildpad. S.J. Bennett brengt het met een uitgestreken gezicht. Rustig en beleefd, een detective zonder één tovenaar.