De Corsicaanse schaduw begint in 1940 met een kostbaar voorwerp dat voor de Duitsers uit Frankrijk moet verdwijnen. Daniel Silva blijft helemaal in die oorlog: een spionageroman over het geheimhouden van de landing in Normandië. Trager en historischer, vol dubbelspel.
Een kunstschat met een verleden en een moderne bende die hem wil hebben: Daniëlle Hermans speelt dat uit rond tulpen en een moord uit de zeventiende eeuw. Een kleinere, Nederlands getinte variant van Pitts zoektocht.
Wat de Tweede Wereldoorlog achterliet, blijft ook bij Forsyth gevaarlijk: een journalist ontdekt in de jaren zestig een netwerk van oud-SS'ers. Ernstiger en realistischer dan Cussler, met dezelfde vraag wat er na de oorlog met de buit gebeurde.
Een Amerikaanse officier ontdekt bij Ludlum dat een familiefortuin en een machtsnetwerk in de oorlogsjaren hand in hand gingen. Dat soort duistere erfenis uit de oorlogstijd stuurt ook De Corsicaanse schaduw aan. Ludlum is een stuk trager en ingewikkelder van opbouw.
Ook in dit NUMA-avontuur van Cussler bewaart een wrak een geheim dat iemand anders ook wil. Kurt Austin duikt naar een Italiaans passagiersschip dat in de jaren vijftig zonk. Wie de Pitt-familie even wil laten rusten, vindt hier dezelfde formule.