Ook in dit boek van Lubach stuurt een familieverleden het verhaal: Benjamin denkt in een hotelkamer in Barcelona terug aan zijn moeder, oom Otto en zijn vader. Dezelfde mix van grappig en melancholiek als de speurtocht naar opa's manuscript.
Een vrouw probeert haar moeder te betrappen op het verleden, maar krijgt steeds een ontwijkend 'hoe kom je daar nu bij?'. Net als Mattias graaft ze naar een familiegeheim dat niemand graag oprakelt, en Meijsing doet dat met dezelfde ironie.
Mattias zoekt het verleden van zijn grootvader op; bij Benali is het de vader die zijn vervreemde zoon terugroept naar de familie. Allebei romans over een kunstenaar die met zijn afkomst in het reine moet komen, al is Benali ernstiger.
In Bastaardsuiker komt een familiegeheim langzaam boven, en Tessa de Loo doet dat hier via twee zussen van middelbare leeftijd die elkaar nauwelijks verdragen. Toegankelijk en met veel gevoel, wat minder grappig dan Lubach.
Gedeeld: emotioneel, familiegeheim en toegankelijk
Een vervolg op Knielen op een bed violen, waarin Siebelink terugkeert naar dezelfde familie en zijn hoofdpersoon door het lege huis van een oom laat dwalen, op zoek naar vroeger. Wie Mattias' speurtocht naar opa's manuscript volgde, herkent dat, al is de toon ernstiger.
Siem Merkelbach leidt een tijdschrift over hotels en reist met zijn neef Justus het land af om hotelmanagers te paaien. Zwagerman zet net als Lubach een familieband in het midden, met een hoofdpersoon die van hot naar her trekt; wat zwaarder van toon.
Bastaardsuiker gaat over wat een grootvader zijn kleinzoon nalaat; Van Dis vertelt over een jongen die opgroeit met wat zijn gezin uit Indië meebracht. Literair maar goed leesbaar, met minder grappen dan Lubach.
Nicolien Mizee laat een overspannen decoratieschilder uit Haarlem worstelen met een moeder die alle aandacht opeist. Het is dezelfde soort familiekomedie als Bastaardsuiker: je lacht hardop, terwijl eronder iets schuurt.
Mattias schrijft brieven aan een lezeres terwijl zijn zoektocht vastloopt, en ook Natter laat de liefde opduiken in de wereld van boeken: zijn hoofdpersoon runt een eigen winkel en vraagt zich af wat ze nog wil. Zachter en romantischer dan Lubach, met een ironisch randje.
Een hoofdpersoon die verliefd is op taal en klem zit tussen zijn ouders: wat Lubach met een schrijver en zijn opa doet, doet Verhulst met een Vlaamse jongen uit een postbodegezin. Uitbundig verteld, en net zo geestig over familie.
Tessa de Loo bouwt rond oud-leraar klassieke talen Gerlof de Windt, die ernstig ziek is, een familieroman over wat ouders doorgeven. Ingetogener dan Lubach, maar met dezelfde aandacht voor wat er tussen generaties blijft hangen.
In het Engelse stadje Swansdale groeien Elsa, die haar moeder nooit kende, en de raadselachtige Percy op in twee ontwrichte gezinnen. Thomése draait net als Lubach om een familie vol open plekken, maar schrijft literairder en duisterder.