Meg Cabot nog eens, nu met Susannah, die doden kan zien en dat net als Jess liever voor zich houdt. Ook hier een brutale vertelster, een gave waar ze niet om vroeg en veel grappen tussen de spanning door.
Na een verhuizing merkt Liv Silber dat haar dromen vreemd echt aanvoelen, zoals Jess na de bliksem ineens dingen weet die ze niet hoort te weten. Gier is meer mysterie dan actie, maar de vertelster is net zo scherp.
Hoe gaat een gewone tiener om met nieuwe vermogens? Tory Brennan ontdekt het met een groepje wetenschapsnerds op een eiland. Reichs is technischer en forensischer, Cabot grappiger; beide hebben een stoere heldin.
De bliksem verandert Jess, bij Grant en Applegate is het een ongeluk dat een meisje in een hightech lab doet belanden. Sneller en meer sciencefiction dan Cabot, maar de brutale vertelster en het gevoel dat er iets niet klopt passen goed bij elkaar.
Jess vindt na de bliksem vermiste mensen; Quentin gaat zelf op zoek naar zijn verdwenen buurmeisje Margo. Green is literairer en trager, maar de speurtocht door een Amerikaanse buitenwijk heeft dezelfde mix van humor en spanning.
Iris en haar vriendinnen rijden elk op hun eigen pony, tot er iets gebeurt wat ze niet konden negeren. Middelbeek schrijft jonger en Nederlands, met dezelfde snelle hoofdstukken en een heldin die zelf op onderzoek uitgaat.
Suzanne heeft een anoniem blog en een plan, en ze is net zo eigenwijs als Jess die steeds moet nablijven. Middelbeek schrijft voor iets jongere lezers, met korte hoofdstukken en meer jongens dan spanning.
Jess blijkt na de bliksem te weten waar vermiste mensen zijn; Van den Bogaart vertelt zo'n vermissing vanuit vier vriendinnen op vakantie in Kroatië. Geen bovennatuurlijke draai, wel hetzelfde tempo.
Een groepje vrienden op het fantasyfestival Castlefest raakt elkaar kwijt, en Windmeijer maakt daar een jeugdthriller van. Wie bij Jess vooral voor de spanning bleef, vindt hier dezelfde vaart, met minder humor en een Nederlandse setting.
Jess deelt klappen uit aan sporthelden en blijft daarvoor na; zo'n meid met een grote mond is ook de hoofdpersoon van Kuyper. Geen bliksem of gave, wel een nieuwe stad, een nieuwe school en een heldin die terugpraat.
Wie vooral om de grote mond van Jess moest lachen, vindt in Ruby Oliver een vertelster met dezelfde snelle tong. Lockhart laat de bovennatuurlijke kant weg en zet jongens, lijstjes en roddels centraal.
Gwendolyn kreeg een tijdreisgen, Jess een gave via de bliksem: allebei zitten ze met iets waar ze nooit om vroegen. Dit derde deel van Gier is romantischer, met dezelfde humor en meer geheimen.